'Tranen'
Kinderen helpen in verdriet.

door Manu Keirse




 

De lezing die Manu Keirse gisteren donderdag 23 maart 2006 gaf in Wilrijk was voor ons zeer interressant. Ik ben hele blij dat ik erheen ben gegaan. Na afloop hebben we 2 boeken van hem gekocht: 'kinderen helpen bij verlies' en 'helpen bij verlies en verdriet'.

'Tranen'
Kinderen helpen in verdriet.
Een fundament voor de zorgmaatschappij van morgen.
Manu Keirse

Verlies staat om de hoek in ieders leven
Ouders, grootouders, leerkrachten, opvoeders, leiders in jeugdbewegingen, maar ook de jongeren zelf die geconfronteerd worden met verdriet bij hun vrienden, weten vaak niet hoe hiermee om te gaan. Men weet niet hoe het gesprek te beginnen, wat te zeggen, en men is bang de verkeerde dingen te zeggen. Bij velen leeft de gedachte dat het beter is dergelijke onderwerpen niet aan te raken bij kinderen en jongeren. Als men er niet over spreekt, zullen ze er zelf niet meer aan denken, leeft als overtuiging bij veel mensen. Men wenst over kinderen en jongeren enkel te denken in termen van vreugde, vrolijkheid en de zogenaamde goede dingen van het leven.
Volwassenen die zelf in verdriet zijn, vinden het luisteren naar het verdriet van kinderen vaak meer dan zij kunnen dragen. Dit wordt versterkt door het gevoel dat het niet goed is voor kinderen hiermee bezig te zijn en dat het hen in verwarring kan brengen. Ze beseffen niet dat het schadelijker is voor kinderen als men het onderwerp omzeilt en hen probeert te beschermen tegen de realiteit van dood, afscheid en verlies.
Verlies staat nochtans om de hoek in ieders leven. In België en Nederland verliezen elke dag tweehonderdvijftig mensen hun partner en meer dan drieduizend mensen één van hun ouders. Als men ervan uitgaat dat iedereen drie tot vijf goede vrienden heeft, dan verliezen in België en Nederland jaarlijks meer dan één miljoen mensen een goede vriend door overlijden. Om de twee uur sterft iemand door zelfdoding. Ongeveer vijfentwintig percent van de zwangerschappen eindigt in een miskraam. Eén op de drie huwelijken eindigt in een echtscheiding. Daardoor verliezen ook vele kinderen door de echtscheiding het contact met de andere ouder.

Men kan kinderen en jongeren verlies en verdriet niet besparen. Ze worden ermee
geconfronteerd, soms in het eigen gezin, vaak bij vrienden en klasgenoten. Het kan hen zeer sterk raken en zelfs ontredderen. Dat is echter niet het gehele verhaal van jongeren en kinderen.
Ze hebben ook een groot vermogen om adequaat om te gaan met moeilijke situaties. Ze kunnen heel attent omgaan met verdriet, en volwassenen kunnen hieruit iets leren.

Marion denkt terug aan haar broertje van zes jaar dat gestorven is toen zij acht jaar oud was. Alle aandacht ging toen naar haar ouders, en niemand zag haar verdriet. Zij was degene die bij het ongeluk aanwezig was. Ze is heel verdrietig. Kurt, haar zoon van twaalf jaar, komt thuis van school, en vraagt aan mama waarom ze zo stil is. Marion vertelt dat ze zo verdrietig is om wat er met Geertje is gebeurd tweeëndertig jaar geleden. Ze heeft het nooit kunnen vertellen, en nu is er heel veel verdriet. Kurt vraagt waarom de mensen niet naar kinderen luisteren. Wat zij voelen is toch ook belangrijk. Marion zegt dat ze dit al tweeëndertig jaar meedraagt in een klein en onzichtbaar rugzakje. Kurt reageert: “Maar het zal wel een heel zwaar rugzakje geweest zijn,
mama.” Er ontstaat een intens gesprek, waar eindelijk het verhaal kan worden verteld aan de aandachtige luisteraar van twaalf jaar.

Onze cultuur heeft de neiging om verdriet dood te zwijgen en te ontlopen in plaats van te ondersteunen. Volwassenen leerden de mythe dat men moet verdergaan, opdat het goed zou gaan. Kinderen gaan echter anders om met verdriet. Ze wensen te spreken over hun gevoelens, maar niet zoals volwassenen dit vaak doen. Het gaat meer in de zin van: “Praat het maar eens uit, dan kan je verder met het leven”. Het gaat niet om éénmaal bespreken, en dan is het over en voorbij. Als kinderen verder gaan met leven, wensen ze verhalen te vertellen over hun leven. In dat leven komen ook nog deze personen voor die zijn overleden. Het sterven van hun vader, hun broer of zus, hun beste vriend, raakt hen niet alleen op het moment van overlijden en de eerste dagen erna. Het gemis gaat met hen mee gedurende hun verder leven. Ze zoeken dan ook naar manieren om de pijn en het verlies een plaats te geven in hun verder leven.
Boven een school las ik ooit het opschrift: “Niet voor de school, maar voor het leven leren wij.”
In de school doceert men vakken als talen, wiskunde, aardrijkskunde en geschiedenis, omdat dit nuttig is voor het verder leven. Omgaan met verlies en verdriet wordt echter niet geleerd, ook al is dit misschien nog nuttiger.

Verdriet heeft te maken met liefde, met houden van. Mensen die in staat zijn om van andere mensen te houden zijn ook voorbestemd om diep verdriet te ervaren. Als we kinderen en jongeren leren van mensen te houden in duurzame relaties, dan weten we ook dat ze voorbestemd zijn om diep verdriet te ervaren als er iets voorvalt met mensen die hen dierbaar zijn.
Leren over verdriet is leren over liefde. En als men aan kinderen en jongeren in verdriet het vertrouwen kan meegeven dat tranen worden gedroogd, niet voor altijd, maar altijd weer, heeft men hen wellicht een fundamentele boodschap voor het leven meegegeven. Ongetwijfeld kan leren over omgaan met verdriet van mensen ook de weg zijn om te werken aan een wereld waar meer plaats is voor liefde en verbondenheid. Misschien is dit ook wel de weg om te werken aan een wereld met meer vrede en solidariteit tussen de mensen.

Zal alles goed komen?

De meeste ouders van kinderen in diep verdriet delen dezelfde bezorgdheid: “Zal alles goed komen met mijn kind?” Een jonge weduwe wiens echtgenoot stierf in een werkongeval enkele maanden tevoren, zei: “De dood heeft reeds mijn man afgenomen. Ik wil niet ook nog eens mijn kinderen verliezen aan het verdriet.

Als “goed komen” betekent “terugkeren tot het normale”, tot de wijze waarop het leven was voor de geliefde kwam te sterven, dan is het antwoord neen. Het leven van het kind zal niet meer hetzelfde zijn. Het leven van de ouders zal niet meer hetzelfde zijn. En het leven van de familie zal niet meer hetzelfde zijn. Dood verandert individuen en families voor altijd. Dit wil echter niet zeggen dat men nooit meer opnieuw vreugde, plezier en vrolijkheid zal beleven.
Als “goed komen” betekent door de ervaring van rouw heen geraken zonder ernstige schade voor het lichamelijk, emotioneel of geestelijk welzijn, dan is het antwoord hoogstwaarschijnlijk.
Veel factoren bepalen de uitkomst. Hoe een kind omgaat met het verlies heeft te maken met zijn persoonlijkheid en zijn capaciteit om te verwerken, wat reeds voorheen aanwezig was. Het heeft ook zeer veel te maken met de omgeving waarin hij leeft, de steun die hij ervaart, de kansen die hij krijgt om zijn gevoelens te uiten en de houding die volwassenen rondom aannemen ten aanzien van het verlies.
De reden waarom ouders zo bezorgd zijn over het feit of hun kinderen wel weer “goed zullen komen” na het verlies van een dierbaar iemand, dat hen zeer sterk raakt, is dat zij het aanvoelen alsof ze geland zijn in een totaal vreemd gebied.
Ouders die voor het eerst zwanger zijn vinden in de boekhandel een ganse kast met boeken over beginnende zwangerschap en groeiend ouderschap, gevolgd door een ganse serie boeken over verzorgen en opvoeden van baby’s en jonge kinderen. Je ziet ze op tafel liggen in de meeste jonge gezinnen. Ze hebben ze gelezen, en regelmatig lezen ze na wat ze in een volgende stap kunnen verwachten. Niet dat deze lectuur alle onzekerheid wegneemt, maar het geeft een houvast en een zekere veiligheid. Als er zich een sterven voordoet in de familie, is er niet zoveel literatuur beschikbaar. Of men heeft de kracht niet om ernaar te gaan zoeken op dat moment.

Een kind heeft nood aan liefde en aandacht van zorgende volwassenen om te groeien doorheen verdriet. Helpen is vooral luisteren als een kind zijn gevoelens van pijn of droefheid uitspreekt of tot uiting brengt in zijn spel. Hiermee helpt men de zware last van de kleine schouders. Dit vraagt enige veiligheid van ouders, grootouders en opvoeders, en ook enige kennis. Er zijn geen geneesmiddelen voor verdriet. Aandacht en genegenheid doen meer dan om het even welk geneesmiddel.

Ouders zijn vaak bang dat de pijn kinderen kan overstelpen. Daarom hebben ze een veilige plek nodig waar ze de pijn in dosissen kunnen laten komen. Soms zoeken ze een afleiding voor de pijn van het verlies, maar op andere momenten hebben ze nood aan een veilige schuilplaats waar ze zich helemaal kunnen onderdompelen in de diepte van het verdriet. Dit gaat in tegen wat men vaak in de klassieke geneeskunde denkt, dat alle pijn moet worden weggenomen. Pijn is een natuurlijk en noodzakelijk deel van het leven zoals slecht weer en insecten een deel zijn van de natuur.
Wij accepteren ook hun rol in het plan van de natuur.

Alle gesprekken vonden één meter boven mijn hoofd plaats Het is een heel natuurlijk en gezonde reactie om een kind te willen beschermen tegen lichamelijke en geestelijke pijn. Kinderen zouden niet overleven als ouders en verzorgers deze instincten niet hadden. Maar als kinderen toch worden geconfronteerd met het overlijden van een geliefd persoon is het beter er over te praten.
Het vermijden van het onderwerp dood kan betekenen dat kinderen in eenzaamheid moeten worstelen met hun verdriet. Ouders delen met hun kinderen de uitdaging van hun eerste stapjes en maken het verlies mee van hun eerste tandjes. Ze delen met hen de verwondering en het plezier van de eerste ervaring in zoveel dingen. Maar als het aankomt op een ontmoeting met de dood, laten ze hen soms alleen met hun ervaring. Het maakt dat kinderen soms geïsoleerd raken van bepaalde gevoelens en personen in de omgeving.
Als ik mensen hoor vertellen over verlies in hun kinderjaren, hoor ik telkens weer verhalen in de zin van: alle gesprekken vonden plaats een meter boven mijn hoofd, tussen mijn beide ouders, tussen vader en de dokter, tussen de verpleegkundigen en mijn moeder, tussen de bezoekers en mijn ouders. En ik stond daar, een meter lager. Niemand vertelde aan mij hoe het kwam dat mama zo ziek was, en steeds weer naar het ziekenhuis moest. Niemand besefte dat ik ook erg verdrietig was omdat mijn zusje nooit meer mee kon spelen buiten en zo zwak was. Ik zal allerlei en niemand legde het aan mij uit. Ik hoorde de telefoongesprekken en voelde dat het heel belangrijk was, wat er werd gezegd. Als ik iets vroeg, moest ik maar gaan spelen. Maar soms kon ik niet spelen.
Als ik tijdens zo’n gesprek van mijn ouders met andere mensen, aan het kleed van mijn moeder trok om te laten voelen dat ik er ook nog was, kreeg ik als boodschap: laat de grote mensen nu eens spreken, en ga wat buiten spelen. Het was toch ook mijn zus die ziek was, mijn vader die zou sterven, maar niemand legde aan mij uit wat er zou gebeuren.
Niet alle kinderen willen praten over het gebeuren. Of ze willen het niet op elk moment.
Kinderen hebben veiligheid nodig om met hun gevoelens naar buiten te komen. Door het intense verdriet dat in het gezin leeft, is van vandaag op morgen alles anders en onbekend geworden, en dus onveilig voor de kinderen.

Voor Ruben was thuis alles anders geworden na de plotse en onverwachte dood van zijn papa door een vreselijk ongeval. Mama liep voortdurend met betraande ogen rond. Ze hoorde niet wat de kinderen haar vertelden. Het huishouden draaide vierkant. Ze vergat inkopen te doen, en kreeg haar eten niet op tijd klaar. Ruben (vijf jaar) sprak thuis met geen woord meer over zijn papa. Hij kon niet verdragen dat mama er iets over zei, en dat ze steeds met betraande ogen rondliep. Dit was niet meer de vertrouwde thuis. In de kleuterklas voelde hij zich thuis, want daar was alles zoals voorheen: dezelfde kleuterleidster, dezelfde kinderen, dezelfde plaats aan het laatste tafeltje links achteraan, hetzelfde programma. En het meest in zijn nopjes voelde Ruben
zich als de kleuterleidster een verhaaltje vertelde. Dat vond hij echt tof. Dan voelde hij zich echt goed. Tien maanden na het overlijden van zijn vader vertelde de kleuterleidster een verhaal. Ze kijkt spontaan naar Ruben die daar meestal zeer van geniet, maar deze keer ziet ze hem verdwijnen achter de rug van de andere kinderen. Regelmatig kijkt ze in zijn richting, maar hij is niet te zien. Na een tijdje staat ze op en wandelt al vertellend tot achteraan in de klas, tot bij het tafeltje van Ruben. Ruben ligt voorovergebogen met voor zich een witte zakdoek, die hij mooi glad strijkt, zorgvuldig dicht plooit, onder zijn trui stopt en tegen zich aandrukt, daarna terug glad strijkt op zijn tafel. De kleuterleidster zei: “Ruben, wat heb jij vandaag een mooie witte zakdoek mee.” “Ja, ik heb hem deze morgen uit de lade genomen in de slaapkamer van mama. Het is een zakdoek van mijn papa. En ik wil hem altijd en overal bij me hebben.” “Vertel eens”, zei de juffrouw. En Ruben vertelde een half uur lang over zijn papa. Hij vertelde en weende. Hij weende en hij vertelde.
Thuis is het voor Ruben onmogelijk de veiligheid te vinden om met zijn gevoelens naar buiten te komen. De zeer dramatische dood van zijn papa heeft van vandaag op morgen de veiligheid van de thuis veranderd in een oord van verslagenheid en intens verdriet. Hoe de moeder ook haar best doet, deze realiteit kan ze niet veranderen. In dergelijke situaties moeten buren, familieleden en de school proberen iets van de veiligheid te bieden die kinderen nodig hebben om met hun verdriet naar buiten te komen. Daarom is het ook nodig dat niet alleen ouders, maar familie en
vrienden, leerkrachten in de school en begeleiders in peutertuinen, in jeugdbewegingen
voldoende besef hebben van wat verlies kan betekenen in het leven van kinderen en jongeren.


Een kruispunt in het leven
Telkens kinderen een nieuwe emotionele of mentale stap zetten in het groeiproces, kan men verwachten dat ze het oude verlies opnieuw herbeleven. Ze ervaren het nu anders en begrijpen het ook op een andere manier. In een nieuwe levensfase of levenssituatie krijgt ook het vroege verlies een nieuwe betekenis. Rouw blijft zowel in de kinderjaren als in het latere volwassen leven een kruispunt.

Als een kind de dood van een ouder of een broer of een zus meemaakt, is en blijft dit vaak een belangrijk kruispunt in het leven. Hun leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Het verlies zal hen ontegensprekelijk fundamenteel beïnvloeden, maar ook soms op een zeer subtiele manier. Het is als het ware een primaire lens waardoor zij het leven bekijken en het betekenis verlenen, vaak zonder dat ze dit bewust beseffen. Uit onderzoek is bekend dat ruim tien percent van de mensen die nu tussen de twintig en de zeventig jaar oud zijn, vóór hun twintigste levensjaar één van hun ouders hebben verloren door overlijden (De Graaf, 1998). In deze cijfers zijn niet vervat degene die een broer of een zus hebben verloren in hun kinderjaren. Zij hebben alleen met deze gebeurtenis moeten leren leven. Vaak hebben zij dat alleen moeten uitzoeken. Er was toen nog weinig bekend over kinderen en rouw. Pas de laatste jaren is hier meer studie over verricht, en weet men dan ook dat men als het ware door deze lens allerlei nieuwe ervaringen bekijkt. Een kind neemt zo’n verlies zijn hele leven mee en telkens opnieuw moet het een stukje verwerken op het ontwikkelingsniveau waarop het dan is en met de kennis en vaardigheden, die het in die bepaalde levensfase heeft. Vaak gebeurt dit verwerken op deze latere momenten niet of niet voldoende en blijft het verdriet verborgen steken op een kinderlijk niveau. Het wordt weer aangeraakt als men in het heden iets ervaart, dat een link kan hebben met de ervaring van toen.
Men kan hier dan moeilijk op een volwassen manier op reageren. Het kan zijn dat men zich dan afsluit, of juist heftig reageert als het kind van toen (Ankersmid, 2002)

Karina, negenentwintig jaar, is maatschappelijk werkster. Ze solliciteert voor een functie van patiëntenbegeleiding in een ziekenhuis. Als men in het sollicitatiegesprek vraagt op welke afdelingen ze bij voorkeur zou willen werken en welke niet, komt dadelijk de reactie: “Geen afdelingen waar men in contact komt met sterven”. Bij verdere navraag naar de grond van deze reactie, weet ze enkel te zeggen dat dit een problematiek is die ze te moeilijk vindt en waar ze niet mee kan omgaan. Ze weet niet naar waar dit teruggaat. Er wordt in het gesprek dieper op ingegaan, en gevraagd wat sterven bij haar oproept. Dit is belangrijk omdat er in een ziekenhuis nauwelijks afdelingen te vinden zijn waar men niet met de problematiek van sterven in contact komt.
Na enkele rationele bedenkingen, in de zin van “iedereen denkt toch zo, en is hier toch bang voor”, komt ineens het verhaal boven van haar zus die op dertienjarige leeftijd aan leukemie is gestorven. Karina was toen acht jaar oud. Ze herinnert zich in deze periode dat ze veel aan haar lot werd overgelaten.
Ze werd regelmatig naar de buren en naar een tante gestuurd. Er werd met haar bijna niet over het ziek zijn van haar zus gesproken, en zeker niet over het sterven.
Op het moment dat haar zus is gestorven, was dit precies iets tussen haar zus en haar ouders.
Met haar werd er nooit over gesproken. Ze werd uit alles buiten gehouden, wellicht om haar te beschermen, maar dat heeft ze zo niet beleefd. Ook nu na éénentwintig jaar heeft ze er met haar ouders nog steeds geen gesprek over gehad. Het was steeds in hun gezin aanwezig, als een domper die maakt dat er niet meer de vrolijkheid en de ongedwongenheid was zoals voorheen.
Naar aanleiding van dit sollicitatiegesprek krijgt ze enkele artikels mee over de ervaring met fatale ziekte in een gezin en de consequenties hiervan voor kinderen. Ook wordt haar aangeraden hierover een gesprek aan te gaan met haar ouders. Na enkele gesprekken met haar ouders en in het ziekenhuis, is haar angst om geconfronteerd te worden met sterven duidelijk verminderd.
Zonder dat ze dit zelf kon verklaren speelde de ervaring uit haar kinderjaren haar hier duidelijk parten. Een eenvoudige vraag in een sollicitatiegesprek tweeëntwintig jaar later confronteerde haar opnieuw met de opdracht dit gebeuren in een nieuwe context te plaatsen. Nu heeft ze echter andere mogelijkheden om iets ter bespreking te brengen.

Dit deel van het levensverhaal is zo verbonden met pijn en daarom vaak heel diep verborgen en afgesneden van het heden, terwijl de impact ervan groot is, zowel op het heden als op de toekomst. Met het naar boven halen kan alsnog het rouwproces, dat destijds niet of onvoldoende heeft plaatsgevonden, beginnen. Deze ingrijpende ervaring kan dan op een andere manier deel gaan uitmaken van het leven en geïntegreerd worden in het leven van nu en van de toekomst.
De maatschappelijk werkster, Karina, zal na het integreren van deze ervaring uit haar kinderjaren, wellicht beter dan om het even wie, in staat zijn om de noden te voelen van kinderen die worden geconfronteerd met een fatale ziekte bij één van de gezinsleden.

Als wordt gesproken over een kruispunt in het leven wordt duidelijk bedoeld een moment waarop men gewoon verder kan gaan, een andere richting uitgaan, of gewoon blijven stilstaan.
Vaak is het een moment waar men vanaf dan anders door het leven gaat, maar ook de toekomst anders doet inkleuren. Als een boom door de bliksem wordt getroffen en dat overleeft, verandert zijn groei. Misschien ontstaat er een knoest op de plaats waar de bliksem is ingeslagen.
Misschien groeit hij aan de ene kant sneller dan aan de andere. De vorm van de boom kan veranderen. Een stuk dat anders misschien een rechte lijn zou geweest zijn, vertoont nu een interessante bocht of een rare vertakking. De boom bloeit, draagt vruchten, geeft schaduw en biedt onderdak aan vogels en eekhoorntjes. Het is een andere boom dan de boom die zich zonder blikseminslag zou hebben ontwikkeld. Volgens sommige mensen is hij nu veel interessanter en zijn er maar weinig mensen die zich nog precies herinneren waardoor hij voor altijd van vorm veranderd is (Harris, 1996).

Door verlies op jonge leeftijd wordt een kind op een bepaalde weg gezet die, zoals alle wegen, vol zit met zijwegen, kuilen en rechte stukken. Via deze weg zal het kind zich ontwikkelen tot een bepaalde individuele man of vrouw. Zou een andere weg beter geweest zijn. Wie weet dit? Je kunt alleen maar zeggen dat het anders zou geweest zijn.

Zoeken naar een zinvolle context voor verlies
Het zoeken naar een zinvolle verklaring waarmee men kan leven, is voor kinderen en jongeren niet iets dat zonder pijn en verdriet verloopt. Volwassenen voelen zich vaak oncomfortabel als verdriet wordt geuit en hebben dan de neiging de vragen en het verdriet weg te duwen. Pijn en verdriet is echter een deel van het leven zoals vreugde en geluk er een deel van zijn. Kinderen en jongeren groeien door deze ervaringen uit tot evenwichtige volwassenen. Ook al kan verdriet zeer pijnlijk zijn, in deze momenten leert men andere facetten van het leven dan in de vrolijke momenten. Een noodzakelijke voorwaarde om eruit te leren en te groeien doorheen verdriet is wel dat de fundamentele behoefte aan veiligheid wordt ingevuld. Wanneer dit niet het geval is,
wanneer kinderen moeten leven in een constante sfeer van onveiligheid is het moeilijk te groeien doorheen het proces van zoeken naar zin en betekenis.

Een kind van twaalf jaar in Sarajevo. “Wanneer ik door het dorp loop, zie ik vreemde gezichten vol bitterheid en pijn. Waar is onze lach gebleven? Waar is ons geluk? Ergens ver, ver weg. Waarom hebben ze ons dit aangedaan? Wij zijn hun kinderen. Wij willen alleen maar met onze vriendjes spelen. En niet deze verschrikkelijke oorlog. Oorlog is het droevigste woord dat tussen mijn trillende lippen vandaan komt. Het is een slechte vogel die nooit tot rust komt. Het is een dodelijke vogel die onze huizen verwoest en ons berooft van onze jeugd. Oorlog is de kwaadaardigste van alle vogels. Het kleurt de straten rood met bloed en verandert de wereld in een hel. Er zijn zoveel mensen die niet om deze oorlog hebben gevraagd of om de zwarte aarde die hen nu bedekt. Onder hen zijn mijn vriendjes. De soldaten joegen ons uit ons huis en staken het toen in brand. Ze brachten ons naar een trein waar ze alle mannen opdroegen op de grond te gaan liggen. Uit die groep kozen ze diegene die ze gingen doden. Ze kozen mijn oom en een buurman. Toen schoten ze hen dood met een mitrailleur. Daarna stopten de soldaten de vrouwen in de voorste, en de mannen in de achterste wagens. Toen de trein in beweging kwam, koppelden ze de achterste wagons los en brachten de mannen naar kampen. Ik heb het allemaal gezien. En nu kan ik niet slapen. Ik probeer het te vergeten, maar dat lukt niet. Ik vind het moeilijk om sowieso nog iets te voelen. Ik wil dat jullie weten hoe wij, de kinderen van Sarajevo, lijden. Ik ben nog jong, maar ik weet dat ik dingen heb meegemaakt, die veel volwassenen nooit zullen meemaken. Mijn moeder en ik werden op een lijst aangekruist om gedood te worden. Mensen die een normaal leven leiden, kunnen zich zulke dingen niet voorstellen. Ik kon het ook niet, tot het mij overkwam. Terwijl anderen fruit, chocolade en snoep zitten te eten, eten wij gras om in leven te blijven. Terwijl anderen naar de film gaan of naar mooie muziek luisteren, rennen wij naar schuilkelders en horen wij het verschrikkelijke gejank van de mortiergranaten. Terwijl anderen lachen en plezier maken, huilen wij en hopen we dat deze verschrikking snel op zal houden. Er is geen film die het lijden, de angst en de verschrikkingen die mijn volk doormaakt, echt kan laten zien. Sarajevo is overspoeld door bloed en overal zie je graven. (UNICEF, 1994).

Zoeken naar zin en betekenis voor dit soort ervaringen van meervoudig verlies is uiteraard bijna niet mogelijk. De sfeer van basisveiligheid ontbreekt hier volledig en het is moeilijk in deze omstandigheden geloof en vertrouwen in mensen op te bouwen.
Het enige dat kan helpen, eenmaal uit deze omstandigheden bevrijd, is een sfeer van veiligheid waarin men de ervaringen kan uitspreken, uitschrijven en delen met anderen. Daarnaast is belangrijk dat er een sfeer van gerechtigheid ontstaat waarbij de daders worden gestraft. Zo kan onrecht uit het verleden worden omgezet in recht voor de toekomst.

Rouwen met kinderen – suggesties als afsluiting

1. Zorg dragen voor zichzelf is de basisvoorwaarde om te zorgen voor kinderen.
Ouders denken soms dat ze niet kunnen zorgen voor zichzelf, zolang het niet goed gaat met hun kinderen.

2. Realiseer dat kinderen dezelfde gevoelens hebben als volwassenen.
Ook al reageren kinderen bij verlies anders dan volwassenen, ze hebben dezelfde gevoelens, maar ze uiten deze op een andere manier. Daarom moet men aanwezig zijn om te lachen en te wenen met de kinderen. Men mag hen niet beschermen door eigen pijn en verdriet voor hen te verbergen. Openheid en gevoelens laten zien, geeft hen de boodschap dat ze mogen rouwen.

3. Verzeker kinderen dat hun gevoelens normaal zijn.
Agressie, opstandigheid, frustratie, angst, schuldgevoelens, droefenis, eenzaamheid en wanhoop zijn natuurlijke uitingen van rouw. Geef kinderen de boodschap dat het oké is om te voelen. Laat hen ook zien dat ook ouders wenen en hun gevoelens laten zien.

4. Moedig kinderen aan te praten en vragen te stellen zo vaak als ze dit wensen.
Een kind in de voorschoolse leeftijd en in de kleuterleeftijd zal dezelfde vraag herhaaldelijk opnieuw stellen. Breng geduld op. Dit is hun manier om het trauma te verwerken.

5. Wees open en eerlijk in het geven van antwoorden.
Geef geen gecompliceerde en lange antwoorden. Wees eenvoudig en direct. Als men het antwoord niet weet is het beter dit te zeggen dan fabeltjes te vertellen die niet juist zijn.

6. Dwing kinderen niet tot praten.
Zorg voor rustige momenten en een veilige omgeving die uitnodigt tot communicatie. Samen spelen, een boek lezen over verlies, of een wandeling maken in de buurt zijn manieren om een sfeer te scheppen die communicatie bevordert. Als kinderen klaar zijn om te praten, zullen ze dit ook doen.

7. Vertel nooit aan kinderen zich sterk te houden en niet te wenen.
Dit is vertellen aan kinderen dat men hun gevoelens minimaliseert. Wenen is normaal en een bevrijding van opgekropte emoties.

8. Houd de herinnering aan de overledene levendig.
Spreek met de kinderen over de dierbare die is gestorven en over alles wat ze zich herinneren.

9. Erken dat een kind meer verliest dan de dierbare persoon.
Een kind drukt niet alleen gevoelens uit over de dood zelf, maar ook over de veranderingen in de familie na het sterven van iemand.
De overblijvende ouder verandert ook na het sterven van de partner. En na het sterven van een broer of zus veranderen beide ouders en de hele constellatie van het gezin.
Als iemand in het gezin sterft, zijn er heel wat secundaire verliezen voor de jongeren. Vader is bijvoorbeeld niet meer aanwezig bij de voetbalwedstrijd, bij het uitreiken van het eindrapport op school.
Kinderen missen iemand die zegt dat ze een extra trui moeten aandoen als het koud is. Na de dood van moeder heeft niemand eraan gedacht om tijdig de winterkleding na te kijken. Na de dood van haar lievelingsbroer mist de zus niet alleen haar broer, maar ook zijn vrienden, de dromen voor de toekomst die ze samen maakten. Men mist het ganse verdere leven van de persoon en op belangrijke levensmomenten is dit steeds weer voelbaar.


Literatuurkeuze
ANKERSMID, Mieke, "Verlaat verdriet bij mensen die als kind een ouder verloren hebben", Berg en Dal,
Bureau voor verandering & verankering, 2002.
DE GRAAF, M.D., DE GRAAF, P.M., KRAAIKAMP, G. en ULTEE, W.C., Familie enquête
Nederlandse bevolking, Katholieke Universiteit Nijmegen, 1998.
HARRIS, M., "Een verlies voor altijd. De levenslange invloed van de vroege dood van een ouder", Amsterdam,
Bert Bakker, 1996.
KEIRSE, M., "Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener", Tielt, Lannoo,
2003, 14e druk.
KEIRSE, M., "Kinderen helpen bij verlies. Een boek voor al wie van kinderen houdt", Tielt, Lannoo, 2003,
2e druk.
KEIRSE, M., "Vingerafdruk van verdriet. Woorden van bemoediging", Tielt, Lannoo, 2003, 6e druk.
KEIRSE, M., "Afscheid van moeder. Als sterven een stuk leven wordt", Tielt, Lannoo, 2001, 7e druk.
12
KEIRSE, M., "Faire son deuil. Vivre un chagrin", Brussel - Parijs, Deboeck, 2000, 2e édition.
UNICEF, "Ik droom over vrede. Tekeningen en teksten door kinderen uit het voormalige Joegoslavië", Utrecht, Spectrum, 1994.

 

©by Martha™ created with love
Free counter and web stats