Laat kinderen niet alleen met hun vragen over de dood




 

Laat kinderen niet alleen met hun vragen over de dood.

 

Na een overlijden lopen kinderen er vaak verweest bij, en volwassenen weten niet of en hoe ze hen over dood en verdriet moeten spreken.

Nazorgconsulenten van de uitvaartzorgorganisatie Dela stellen dat keer op keer vast, en daarom sprak deze organisatie kinderauteur en illustrator Veronique Puts aan om er een boekje van te maken. Spits, een muisjes dat voor het eerst over het woord dood hoort, opent de deur naar een gesprek.

 

“De dood hoort bij het leven en eigenlijk zouden we er spontaan moeten over kunnen praten, ook met kinderen”, zegt Manu Meirse, auteur van verschillende boeken over rouwen. “Maar de werkelijkheid is anders. Een meisje van wie de papa was gestorven vroeg waarom die vreemde meneer kwam. ‘Hij komt mama troosten' zei haar mama. Waarop het meisje vroeg: ‘en wie komt er mij troosten?' En een jongen die op de palliatieve afdeling zei ‘mijn oma gaat dood en ik vind dat niet leuk', kreeg van zijn moeder een uitbrander, hij mocht zoiets niet zeggen.”

Twee voorbeelden, uit het leven gegrepen, die illustreren dat niet zozeer kinderen, maar volwassenen het moeilijk hebben met de dood.

“Op een uitvaart van zijn oma, ging een kind van vijf jaar op de schoot van opa zitten en zei: ‘ik help opa wenen.' Kinderen kunnen het spontaan, maar volwassenen leren het hen af.”

 

BOEKJE OVER TROOST

“'Als je er niet over spreekt, zullen ze er niet aan denken', het is een mythe die bij veel volwassenen leeft. Kinderen denken er wel aan, maar door erover te zwijgen laat men hen alleen met hun gedachten en vragen. Ze merken dat volwassenen in een kramp schieten als ze vragen stellen en dat de dood iets is om bang voor te zijn en over te zwijgen.
Veel volwassenen proberen ook –met de beste bedoelingen- te voorkomen dat kinderen pijn en verdriet hebben of ze willen het zo snel mogelijk wegnemen. Maar dat moet helemaal niet, en het kan ook niet. Dood en verdriet horen bij het leven en we kunnen er onze kinderen beter weer mee leren omgaan.
Er zijn rekken vol boeken over zwangerschap, nieuw leven en alle wonderlijke stapjes die kinderen zetten. Dat is mooi, maar over verdriet vind je veel minder lectuur, terwijl ook dat vroeg of laat ons pad en op dat van de kinderen komt.

Het ‘Boekje over troost van Spits' kan een opening tot gesprek zijn. De plezante tekeningen en de sympathieke Spits zorgen ervoor dat het onderwerp niet zwaar of bedreigend overkomt en het boekje kan een ruggensteun zijn voor ouders, leerkrachten en grootouders. Die laatste staan al wat dichter bij de dood en krijgen misschien vragen (of krijgen die niet terwijl er ongetwijfeld wel zijn in de kinderhoofdjes.)”

 

BEWAAR DE HERINNERING

“Ouders vragen zich af wat ze kunnen doen als hun kinderen verdriet hebben. Ze gaan naar een dokter of psychiater, maar verdrietige kinderen hebben geen specialisten nodig. Ze hebben ouders nodig die naar hen luisteren en veiligheid bieden. En ouders hebben op hun beurt instrumenten nodig die hen daarbij helpen.”

Manu Keirse verwees naar een ervaring uit zijn kinderjaren die hem altijd is bijgebleven. Toen een jongetje uit zijn straat werd doodgereden door een vrachtwagen, ging moeder Keirse met de vier kinderen tussen 3 en 7 jaar het lijkje groeten. De huisdokter had dat afgeraden. “En 's avonds dronken we warme chocolademelk omdat de dokter ook nog had gezegd ‘zorg voor gezelligheid en maak tijd voor je kinderen.' Als dat geen wijze man was. Ik heb er geen angst aan over gehouden, integendeel, ik herinner me het warme samenzijn. Ook dit boekje straalt warmte uit.”

Manu Keirse had tot slot nog vier sleutels voor wie kinderen wil steunen in een rouwperiode.

Eén: luister naar hen en haal zo de last van hun schouders.

Twee: geef informatie. Want als kinderen kunnen begrijpen, geef je hen de veiligheid om ermee om te gaan. Doe dus vooral niet geheimzinnig over de dood en verzwijg het niet.

Drie: omring hen met warmte en tederheid.

Vier: help hen om de herinnering te bewaren. “Verlieservaringen komen terug op alle kruispunten van het leven. Een jongen die zijn diploma krijgt, mist zijn vader die trots zou geweest zijn., de jonge vrouw die moeder wordt voelt het pijnlijk scherp het gemis van haar eigen moeder en zo is dat op alle belangrijke momenten van het leven. Mensen toelaten en aanmoedigen om de herinnering en het gemis er sprake te brengen, betekent een grote steun.”
Martine Vandermarcken, die als psychologe op de kinderafdeling van een ziekenhuis met veel jongen kankerpatiëntjes in contact komt, wees er bij de voorstelling van het boekje op dat ook scholgen, jeugdbewegingen, sportclubs… gebaat kunnen zijn met toegankelijke boekjes over dood. Want zij krijgen te maken met kinderen die een leeftijdsgenootje verloren.
Ook de begeleiders –die zelf van de kaart zijn door het jonge verlies- weten vaak niet hoe daarover te spreken met de kinderen. Het boekje nodigt kinderen uit om te vertellen en met hun vragen te komen.

 

Een boekje over troost van Spits/Veronique Puts/Uitgeverij Vrijdag/ € 12,50.

 

Andere aanraders: ‘De zeven hemdjes van Veronica'. Jaak Dreesen, Lannoo

En ‘Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk', Ineke Van Essen, De bonte bever.

Voor volwassenn schreef Manu Keirse: ‘Kinderen helpen bij verlies', Lannoo

 

Gezinskrant De Bond, 17 december 2010

©by Martha™ created with love
Free counter and web stats


©by Martha™ created with love 2005 ~ 18 Jan 2011