|



Ook jij hebt rechten!
Kinderen zijn mensen en hebben daarom ook rechten. Geen enkel kind dat daaraan twijfelt. Toch was het voor de grote mensen - de volwassenen - nodig om daarover een echte wet te maken. Anders zouden er wel eens mensen kunnen zijn - in België en in andere landen - die dit zouden vergeten.
Die wet noemt het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Een hele mondvol. Dit Verdrag werd goedgekeurd in 1989; dus nog maar 10 jaar geleden. Internationaal wil zeggen dat bijna alle landen dit verdrag - deze wet - aanvaarden en beloven toe te passen. Enkel de Verenigde Staten van Amerika en Somalië hebben dit verdrag nog niet aanvaard.
Je kan de kinderrechten opdelen in drie groepen:
- De rechten die je beschermen
- Je moet beschermd worden tegen geweld, tegen oorlog
- Kinderen mogen geen soldaat worden
- Je mag niet mishandeld worden
- Je mag niet verplicht worden om te gaan werken
- Je mag niet uitgebuit worden
- De rechten die je mogelijkheden geven
- Je hebt recht op gezonde voeding, op een gezond milieu
- Op verzorging als je ziek bent
- Op onderwijs
- Je hebt recht om je mogelijkheden te ontwikkelen (zingen, tekenen, sport,...)
- Kinderen met een handicap hebben recht op aangepaste voorzieningen
- De rechten die je inspraak geven
- Je mag denken wat je zelf wil
- Je mag zeggen wat je denkt en men moet naar je mening luisteren
- Je mag clubjes of groepjes vormen met andere kinderen die je kiest
Dat kinderen rechten hebben wil ook zeggen dat kinderen plichten hebben. Namelijk respect hebben voor de rechten van andere kinderen en van volwassenen. Je mag wel zeggen wat je denkt maar je mag dit niet doen als je daardoor iemand anders kwetst of beledigt. Je mag meedenken om beslissingen te nemen maar je moet ook luisteren en rekening houden met de mening van anderen. Inspraak hebben wil ook zeggen dat je de moeite moet doen om informatie te lezen of bekijken. Rechten hebben wil ook zeggen dat je goed probeert te weten wat dit nu precies wil zeggen en dat je er over spreekt met andere kinderen en volwassenen; dan weten die het ook.
Dat kinderen rechten hebben wil ook zeggen dat volwassenen plichten hebben. Volwassenen moeten er namelijk voor zorgen dat de rechten van kinderen kunnen uitgevoerd worden; dat ze gerespecteerd worden. De volwassenen en de regeringen van de volwassenen moeten er voor zorgen dat kinderen kunnen naar school gaan. Dat ze naar een dokter of ziekenhuis kunnen als ze ziek zijn. Dat ze bij hun ouders kunnen wonen of toch dat ze hun ouders geregeld kunnen zien. Dat ze gezond kunnen eten, veilig in het verkeer kunnen bewegen, ruimte hebben om te spelen. Eigenlijk niet iets om erg over verwonderd te zijn. Nochtans zijn heel wat volwassenen bang. Bang omdat ze denken dat rechten geven aan kinderen wil zeggen "kinderen baas". En dit is helemaal niet de bedoeling, ze hoeven niet bang te zijn. Kinderrechten betekenen vooral: zorgen voor kinderen, respect hebben voor elkaar en naar elkaars mening luisteren.
Misschien heb jij je niet altijd de indruk dat je veel rechten hebt. Je krijgt vooral dingen te doen, of er wordt je van alles verboden. Troost je, veel volwassenen hebben ook die indruk over hun rechten. Wat wel waar is, is dat je kind bent tot je 18de verjaardag. Zolang je kind bent, kan je niet zelf voor je rechten opkomen. Je kan niet zelf naar de rechter om te zeggen dat je rechten geschaad zijn. Je ouders moeten dit doen.
Wel heb je in heel wat zaken bij de rechter het recht om je mening te zeggen. Als je denkt dat je rechten niet in orde zijn, dan kan je je niet alleen informeren bij de Kinder- en Jongerentelefoon, maar ook bij de Kinderrechtswinkel en bij de Kinderrechtencommissaris.

 |