Op zoek naar de mens achter de gewelddadige facade.
De Bond 30 mei 2008.
Veel slachtoffers van partnergeweld willen dat geweld stoppen, maar niet de relatie.
Voor buitenstaanders lijkt het simpel: “Als je geslagen wordt, ben je toch gewoon weg.” Maar zo eenvoudig ligt dat vaak niet. Hilde Genetello werkt als psychologe met slachtoffers èn plegers van partnergeweld.
“Ik adviseer slachtoffers nooit om bij hun gewelddadige partner te blijven. Als weggaan de enige manier is om hun veiligheid te garanderen, moeten ze weggaan. Maar veel slachtoffers willen wel het geweld stoppen, maar niet de relatie. De pleger leren om kwaad te zijn zonder geweld te gebruiken, is dan vaak de beste manier om aan veiligheid te werken. In begeleiding leren we mensen om hun kwaadheid te herkennen, zodat ze kunnen stoppen voor ze hun zelfbeheersing verliezen. Als je daarna ook de relatie-patronen die voor ruzies zorgen kan veranderen, geeft dat heel vaak blijvend resultaat. In die koppels waar er geweld is, maar toch nog de fundering van elkaar graag zien, kan je zelfs bij ernstig geweld met hulpverlening heel veel doen.”
“Er bestaan psychopathische plegers, plegers die plezier hebben aan pijn doen. Een psychopaat is geen woesteling met een bijl, maar gebruikt heel en berekend geweld. Een ‘normale' pleger schaamt zich achteraf eigenlijk over wat hij gedaan heeft. Als slachtoffer weet je niet altijd welk type je te maken hebt. Vooral bij heel langdurig geweld, zijn er plegers die psychopathisch gedrag vertonen, maar toch een normalen persoonlijkheidsstructuur hebben. Van een echte psychopaat loopt je best zo snel mogelijk weg, maar ze zijn een minderheid. De meeste' plegers hebben ook een heel andere kant. Als de kwaadheid weg is, worden ze weer die lieve zachte of het hoopje ellende. En net omdat ze die kant ook kennen blijven slachtoffers vaak bij een partner die hen mishandelt.”
HET IS WEER GOED TUSSEN ONS.
“Zeker in de beginfase van geweld in de relatie, krijgen de meeste plegers na een agressieve uitbarsting een enorme schok: ‘wat heb ik gedaan' of ‘dat was ik niet'. En ze proberen onmiddellijk om het terug goed te aken. Als hulpverlener moet je zo snel mogelijk na geweld hulp aanbieden. Want als het koppel opnieuw in de verzoeningsfase zit, zeggen ze allebei: ‘Het is niet meer nodig, we hebben uitgepraat en het gaat nooit meer gebeuren.' Maar als ze geen hulp zoeken, zal het wel nog gebeuren. Alle onderzoeken wijzen uit dat partnergeweld bijna nooit vanzelf stopt, tenzij na de eerste of tweede keer. . En dat het steeds vaker en steeds ernstiger wordt.”
“Als ik de feiten verneem, vorm ik me vaak een beeld van de pleger als een half monster. Tot hij bij mij zit. Geen enkele soort cliënten weent zoveel op consultatie als plegers van partnergeweld. Aan de aard van het geweld, kan je heel weinig zeggen over de slaagkansen van een begeleiding. Ik heb dossiers waar er extreem verschrikkelijk geweld geweest is, en waar je het tij toch in vier, vijf gesprekken kan keren. En in andere dossiers is het geweld minder, maar gaat het veel moeilijker. De essentie is of de pleger bereid is verantwoordelijkheid te nemen voor wat hij gedaan heeft. Maar vaak krijg je die bereidheid pas als je de mens aanspreekt voorbij de feiten. Ik zeg hen altijd:'Je hebt iets monsterachtigs gedaan, maar je bent geen monster.'
Meestal zit achter die gewelddadige buitenkant een zielig angstig persoontje, al kunnen ze dat soms heel goed verstoppen. Maar als je door die façade heen kan, en als de persoon achter die façade de hulp wil aannemen, kan je ermee werken. Zelfs bij extreem geweld. Want hun bedoeling is zo anders, dan wat ze doen. Ik herinner me een pleger met een gebroken been die zijn vrouw verschrikkelijk had toegetakeld met zijn kruk. Toen ik hem vroeg: ‘Wat wilde je dan bereiken?' antwoordde hij: ‘Dat ze bi mij bleef en mij graag zag. ‘Tja, de kans dat dat lukt met haar zo toe te takelen….”
EEN SCHEVE HANDDOEK.
“Meestal schuiven plegers de verantwoordelijkheid naar het slachtoffer: ‘als zij dat niet had gedaan, dan zou ik niet kwaad geworden zijn'. Ik antword altijd: ‘Het gaat niet over jouw recht om kwaad te worden, het gaat over hoe hij kwaad wordt.' Soms heeft hij ook een reden om kwaad te zijn, maar dat geeft hem nooit het recht om te slaan. De meerderheid van de plegers die ik zie, zijn bang om kwijt te raken en vanuit die angst proberen ze een enorme grip te krijgen op hun partner. Alles controleren at ze doet. Zeggen dat ze zo dik en lelijk is dat nooit nog een andere man naar haar zal kijken, opdat ze niet zou weggaan. De directe aanleiding voor het geweld is soms zo banaal als een handdoek die scheef hangt. Maar dat is slechts de druppel, zo'n pleger heeft zich al uren of dagen lopen opfokken over andere dingen. En interpreteert dan die scheve handdoek als ‘zij wil mij belachelijk maken'. Alles wordt een teken dat ze iemand anders heeft of hem wil treiteren. Dat soort verwrongen redeneringen doet plegers flippen op een vaas die verkeerd staat. En maakt slachtoffers terecht ongelooflijk angstig. Want het is onmogelijk om te zorgen dat alles perfect is zoals hij het in zijn hoofd heeft. En zelfs dat zal hij uitleggen als een reden om te mogen slaan.”
“Je ziet heel vaak bij plegers en slachtoffers een patroon waarbij het slachtoffer uit angst ongelooflijk voorzichtig wordt, en dat werkt dan weer als een rode lap op een stier. ‘Je bent weer bang aan het doen, alsof ik een agressieveling ben…' En dan worden ze mega-agressief. Het slachtoffer kan ook niets goed doen. Als ze zwijgt, negeert ze hem; als ze spreekt, is ze brutaal. Daarom heb je de pleger nodig om het geweld te stoppen, het slachtoffer heeft er vaak geen enkele grip op.”
“Geweld is er in alle lagen van de bevolking. Er is fysiek geweld bij gezinnen die in elk opzicht succesvol lijken en er is fysiek geweld bij gezinnen die nog veelandere problemen hebben. De patronen zijn bijna overal hetzelfde, alleen de saus erover is anders. Bij communicatief sterkere mensen is het psychisch geweld vaak subtieler, moeilijker pakbaar en daardoor des te venijniger.”
Een andere stereotiep is dat vrouwen treiteren en mannen slaan. Hilde Gentello: “Neem van mij aan dat alle variaties bestaan. In veel situaties van partnergeweld is het niet zo duidelijk wie de pleger is en wie het slachtoffer: beide partners zeggen en doen lelijke dingen. Maar als een man zijn vrouw met zijn vuisten te lijft gaat, zijn de gevolgen meestal veel ernstiger.”
KINDEREN ZIEN ONGELOOFLIJK AF.
Hoe onmachtig ook, de meeste kinderen proberen enorm zorg te dragen. Zorg voor het slachtoffer en zorg dat de pleger niet kwaad wordt. Zoals het jongetje dat stilletjes achter de zetel speelde, sinds zijn vader een keer woest was geworden nadat hij met blote voeten op een legoblokje was getrapt. De meeste kinderen doen verwrongen pogingen om alle twee tot vriend te houden en geraken zo ongelooflijk in de knoop met wat braaf en stout is. Als papa een grapje vertelt de ochtend nadat hij mama sloeg, mag je dan lachen of niet? En als je als zoon van zeventien bent tussengekomen om je moeder te beschermen en je je vader een paar klappen hebt gegeven, hoe moet je je dan gedragen als ze het weer goed maken? Wordt je zorg gezien als zorg? Of als iets stouts? Ik coach ouders om te zien wat het effect is op hun kinderen. En op het herstellen van dat effect. Soms hebben kinderen toestemming nodig om weer lief te mogen zijn tegen de pleger. ‘Jij mag als je met papa naar de voetbal rijdt, zingen op de ‘foute cd', ik vind dat niet erg.' Soms hebben ze het nodig om van de pleger te horen: ‘ik heb verkeerd gedaan en ik zal dat niet meer doen.' In elke begeleiding van partnergeweld moet er aandacht zijn voor de kinderen: ze merken het wel en ze zien er ongelooflijk van af.”
“Ik geloof niet dat kinderen die getuige zijn van partnergeweld zelf slachtoffer of pleger worden. Ze kunnen net zo goed zich heel bewust afkeren van geweld. Het is wel zo dat kinderen in gewelddadige gezinnen vaak weinig communicatievaardigheden meekrijgen: als iemand aan tafel iets zegt wat je niet aanstaat, keer je die tafel om. Ze leren niet zeggen ‘ik vind dat niet leuk.' Maar als dat ergens anders voldoende gecompenseerd wordt, zullen kinderen dat patroon niet zo snel herhalen.”
“In dit soort werk heb je optimisme nodig. Ik geloof dat achter elke gewelddadige facade een goede mens zit, en dat ik aan die goede mens moet geraken om hem te helpen geen geweld meer te gebruiken. Uit ervaring weet ik dat het soms verregaand optimisme is, maar geen naïviteit. Af en toe loop ik met mijn hoofd tegen de muur. Maar vaak lukt het me wel om plegers zover te krijgen, net omdat ik geloof dat het mogelijk is.”
Partnergeweld en familiaal geweld komen vele meer voor dan we willen denken. Spreken na slaan is moeilijk. Voor slachtoffers, voor plegers, voor de omgeving. Probeer het toch. Hoe sneller er ingegrepen wordt, hoe beter voor alle betrokkenen. Voor hulp bij familiaal geweld kan je altijd terecht bij het C.A.W. in je buurt. Adressen en telefoonnummers van C.A.W.'s vind je op www.steunpunt.be . De vzw Persephone voert specifiek actie tegen geweld tegen vrouwen met een handicap, een zo mogelijk nog groter taboe. Meer info: www.persphonevzw.org MEER LEZEN?
‘Kans op slagen, een integrale kijk op geweld in gezinnen'. Kris De Groof & Tina De Gendt. Lannoo Campus. € 24,95
“ik zie het telkens als ik in de spiegel kijk. Boven mijn wenkbrauw ben ik twee keer genaaid. Als ik met mijn tong aan de binnenkant van mijn mond lik, voel ik wild vlees van de hechtingen aan mijn lippen. In mijn rechterslaap zit een deuk die donkerder kleurt als ik moe ben. Mijn voorste tanden zijn vals, de echte heeft hij er uitgeklopt. In mijn rechterarm heb ik soms een voos gevoel. Mijn staartbeen is genezen, mijn pink hebben ze weer ineengezet, maar de binnenschijfjes zijn niet mooi op hun plaatst gegroeid. Van blauwe ogen zie je allang niets meer. Wonden genezen rap. Draadjes erin, draadjes eruit. Maar in feite geneest er niks. Alleen zie je het verdriet niet meer. (…)
HOE KAN JE IEMAND DIE JE TOT MOES GESLAGEN HEEFT GRAAG ZIEN? HET KAN
“Hoe kan je iemand tot moes geslagen hebben, graag zien? Het kan. Hij was ook interessant. We gingen naar tentoonstellingen en we gingen fietsen en zwemmen. Hij hielp me stoppen met roken. Mensen die er niet hebben ingezeten, begrijpen dat niet. Soms krijg ik van die vreemde vragen. ‘Nora, je werkte, je had je eigen inkomen, waarom bleef je dan bij hem?' Maar op de goede momenten was Dirk geen slechte man. Dat was het schizofrene aan ons leven. Er waren veel goede momenten. Anders was ik niet zo lang gebleven. Ik heb ook een leven verloren door met hem te breken” Nora 57, bediende en lerares; fragment uit ‘Gebroken prinsessen'
NIEMAND VERDIENT OM MISHANDELT TE WORDEN.
“Wat doe je als je vermoedt dat een vriend zijn partner mishandelt of dat je zus geslagen wordt? ‘Er zijn geen recepten voor', zegt Ingrid Stals van de Antwerpse politie. ‘Maar zeker niet zwijgen of negeren. Probeer zelf een gesprekje aan te knopen. “Gaat het wel goed met je?” Als een slachtoffer een signaal geeft, speel er dan op in. Luisteren is het belangrijkste. Zonder te oordelen. En zonder raad te geven, hoe goedbedoeld die ook is. Want ze als ze hem niet opvolgen, denken ze dat ze écht niets kunnen. (…) Onderschat het gevaar niet. Bij een crisis moet je nooit aarzelen om de politie in te schakelen. (…) ‘Wees geduldig. Blijf haar steunen. Veroordeel niet als het slachtoffer blijft of teruggaat naar de partner. Zij moet beslissen. Maar zeg haar dat niemand verdient om mishandelt te worden. Door uit te spreken wat er gebeurt, kan je haar misschien over de drempel helpen.” Ingrid Stals in ‘Gebroken prinsessen'
In ‘Gebroken prinsessen, sterke vrouwen over hun gewelddadige man' van journaliste Isa Van Dorsselaer getuigen acht vrouwen over partnergeweld. Alle acht dachten ze dat partnergeweld hen nooit zou overkomen. Politievrouw Ingrid Stals geeft in enkele hoofdstukken toelichting.
Gebroken Prinsessen, sterke vrouwen over hun gewelddadige man, Isa Van Dorsselaer, Van Halewijck
 |