|




Realiteit versus idealisme en perfectie
Raadsmedewerkers 1 , rechters, het leven ís niet ideaal, hoe graag we dit misschien ook zouden willen. Een open deur? Waarom wordt dan steeds weer getracht de realistische wereld van ouders en hun kinderen, op idealistische wijze met een eigen bedachte perfecte ‘sprookjeswereld' te vergelijken en ouders en kinderen op elke afwijking hiervan ‘af te rekenen'?
Zowel in niet-scheidingssituaties als ook vòòr en ná een ‘scheiding' van ouders komen er in élk kinderleven wel dingen voor die beter kunnen. Dat was zo in uw ouders jeugd, in uw eigen jeugd, en ook in het leven van uw kinderen. U weet dat dit normaal is; het maakt onderdeel uit van de normale ontwikkeling van élk mens, van élk kind. Zo is het leven.
Gescheiden partners blijven de ouders van hun kinderen. De relatie tussen de ouders verandert, de partner-relatie vervalt, de ouder-relatie blijft. Kinderen houden dezelfde ouders en dezelfde ouder-kind-relatie, al zal het leven er na de scheiding van de ouders anders uit gaan zien en zullen de familie- en contactmomenten anders georganiseerd worden. Dat is nu eenmaal onderdeel van de realiteit.
Realiteit is ook dat jaarlijks, naast de ruim 30.000 kinderen die bij echtscheidingen betrokken zijn (ruim 60.000 ouders), ruim 70.000 relaties jaarlijks uit elkaar gaan (nog eens 140.000 personen), waar geen sprake is van een situatie van getrouwd zijn of geregistreerd partnerschap. Ook hierbij zijn vele kinderen en hun ouders betrokken. In het algemeen maakt de (formele) relatievorm tussen de ouders voor de ontwikkeling van een kind niets uit.
De situatie en omstandigheden van alle kinderen zijn verschillend, ook hun afkomst, karakters, kwaliteiten, vaardigheden en gedrag van hun ouders. Dat maakt dat er grote verschillen bestaan in mogelijkheden en kansen die kinderen in hun leven krijgen (dat levert de grote verschillen in kinderen en volwassenen op), dát is normaal.
Visie Jeugdzorg/hulpverlening, Raadsmedewerkers, Rechters
Is het de Jeugdzorg, de RvdK 1 , de rechterlijke macht, die bepalen hoe precies een kind dient op te groeien in Nederland ? Hebben zij daar het alleenrecht op ? Het heeft er, gezien de respectloze werkwijze en de vele adviezen en beschikkingen in het familierecht, alle schijn van dat zij in deze ‘idealistische' (waan)veronderstelling zijn. Zij schijnen, indien naar hun mening daarover wordt gevraagd, te vinden dat elke ouder perfect moet zijn, als mens, in karakter, in gedrag, in opvoedingskwaliteiten en daarmee verplicht is bij voortduring de perfecte omstandigheden voor een kind te scheppen. Met deze kijk op de wereld worden vele vaders hun kinderen eenvoudig ontnomen; perfecte mensen bestaan namelijk niet.
Het genieten van familieleven met niet-perfecte vaders kán natuurlijk niet goed zijn voor de ontwikkeling van een kind.. Tegen élke afwijking van perfectie moet tenslotte hard worden opgetreden, ‘in het belang van het kind'..., aldus de zienswijze en uitvoering daarvan in de dagelijkse praktijk van de Nederlandse RvdK 1 en de Rechterlijke macht.
Zij geloven blijkbaar niet in verschillende manieren van opvoeden. Hun manier, hun kijk op en invulling van een gezonde opvoeding en ontwikkeling, is de enige juiste. Zij vinden blijkbaar dat zij zich een oordeel kunnen veroorloven over óf een kind nog wel van zijn vader in zijn leven mag genieten, en andersom. Zij zien zichzelf als instellingen die het allemaal wel eventjes voor de kinderen zullen bepalen en regelen voor het leven. Daarmee zijn zij een bedreiging voor vele kinderen, die hierbij afhankelijk zijn van een door hen gegeven oordeel.
Toeëigenen toekomst kinderen
Raadsmedewerkers, -gedragsdeskundigen en rechters eigenen zich de toekomst van kinderen toe door hierover te -willen- oordelen en te bepalen, kinderen met wie zij in feite totaal niets van doen hadden of hebben, waar geen enkele persoonlijke- of langdurige familiaire band bestaat of ooit zal ontstaan.
Zij bemoeien zich in vele gevallen op ongeoorloofde wijze met het familieleven en de levensloop en privézaken van voor hun volstrekt onbekende personen, ouders en hún kind(eren), door hen het fundamenteel recht en de fundamentele vrijheid van het kunnen genieten van hun familieleven te ontnemen, door als RvdK 1 hier tégen te adviseren aan rechtbanken, die deze adviezen vaak overnemen.
Scheiding als bedreiging voor de ontwikkeling van een kind
De RvdK 1 ziet een scheiding van de ouders als een potentiële bedreiging voor de ontwikkeling van het kind. De RvdK 1 ziet echter in haar eigen -actieve- rol in het scheiden van kinderen van (meestal) hun vaders, geen enkel probleem voor de ontwikkeling van het kind.
We weten inmiddels ook dat de RvdK 1 in vele omgangszaken wanbeleid voert en op -aangetoonde- uiterst incompetente wijze haar werkzaamheden uitvoert. De vele gegrond verklaarde klachten wijzen hierop. Ook dat menig ouder (meestal de vaders), binnen enkele contacten met de medewerkers van de RvdK 1 hierdoor tot wanhoop worden gedreven. Ouders worden actief gefrustreerd en (verder) tegen elkaar opgezet. Schokkend slechte rapportages en idem adviezen aan rechtbanken zijn het gevolg. Tegen normen in worden ettelijke maanden tot járen van zogenaamd ‘onderzoek' door de RvdK 1 gedaan, zonder parallel omgang tussen kind en de ouder (meestal de vader) te bewerkstelligen. Daarmee zijn zij mede verantwoordelijk voor de oudervervreemding die door deze werkwijze wordt veroorzaakt. De negatieve invloed hiervan op de levens van de kinderen en hun vader wordt door de RvdK 1 vaak ontkend en geen enkel bezwaar. Oudervervreemding en ouderverstoting wordt tenslotte door de RvdK 1 (voorzover de raadsonderzoekers al weet van hebben van deze processen) niet serieus genomen. Het psychisch welzijn van het kind wordt bovendien ondergeschikt gemaakt aan de uiterst trage procesgang van RvdK 1 en Gerechtelijke macht.
1 Raad voor de Kinderbescherming.
2 Internationaal Verdrag Rechten van het Kind.
3 Europees Verdrag Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden.
4 Meestal worden de vaders het familieleven met hun kinderen ontnomen door moeders, RvdK en rechtbank. In verband met de duidelijkheid van de tekst is er in dit essay voor deze weergave gekozen, die het meest met de realiteit overeenkomt.
vervolg deel 03

 |