|




De deur tussen u en uw kind wordt dichtgegooid. U brengt een cadeautje en de vader (of moeder) smijt het in het bijzijn van het kind op de grond. U haalt uw kind op in het kader van een omgangsregeling en er worden drie politieauto's op u afgestuurd. Allemaal waar gebeurd (en erger ook). Of de rechter heeft de omgang ontzegd. Wat kan een moeder (of vader) dan nog?
Hieronder volgt een aantal tips over wat wel en niet mag, gebaseerd op de internationaal vastgelegde afspraken over de rechten van het kind en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het enige wat er toe doet is of de omgangsontzegging terecht is of niet.
a. Een ouder heeft het kind mishandeld, geestelijk of lichamelijk, in zo ernstige mate dat hij een gevaar is voor het kind. Het kan zijn dat contact onder begeleiding moet plaatsvinden of (voorlopig) helemaal niet. Een en ander hangt van de omstandigheden af. Het lijkt verstandig hulp te zoeken in de vorm van therapie.
b. Een ouder wordt beschuldigd van incest, mishandeling enzovoort. Het is de vraag of omgang met het kind verantwoord is. Als deze beschuldigingen gedaan worden in het kader van een conflict over een omgangsregeling zijn ze niet serieus te nemen als er niet tevens aangifte is gedaan. Ligt er geen aangifte dan is het raadzaam te handelen als onder C. Is er wel aangifte gedaan, dan is het zaak zo snel mogelijk contact op te nemen met een advocaat. De vraag is of de aangifte geloofwaardig is. Bemachtig de tekst en bespreek deze met bekenden, hulpverleners of een geestelijk raadsman: ga niet alleen op jezelf af! Als de beschuldiging geloofwaardig lijkt (maar niet waar is!) moet je erop aandringen dat het onderzoek met grote spoed wordt afgehandeld. Is de beschuldiging niet geloofwaardig en niet gegrond, handel dan als onder C.
c. Er is in feite niets anders aan de hand dan een vader (of moeder) en (soms) een Raad voor de Kinderbescherming die proberen het contact tussen je kind en jou onmogelijk te maken.
Het is volgens wetenschappelijke onderzoekers van belang dat je op zoveel mogelijk (verantwoorde) manieren contact probeert te onderhouden met je kinderen. Professor Richard Gardner uit New York schrijft daarover: “Mijn algemene advies aan zulke vaders (en moeders) is dat ze elke - redelijke - poging blijven ondernemen om met hun kinderen te communiceren en actief blijven, vanuit de aanname dat, ondanks de toenemende vijandschap van hun kinderen, er nog steeds een restje werkzaam is van de vroegere band. Ik help ze de balans te vinden tussen het zichzelf lastig maken en in het geheel geen openingen scheppen”.
WAT TE DOEN?
A. Het is ALTIJD goed om kaartjes te sturen naar je kinderen. Het hoeft niet perse met postzakken tegelijk maar het is heel gewoon dat ouders, ook moeders, hun kinderen in normale omstandigheden minstens een keer per dag zien. Een keer per dag een kaartje, als magere vervanging daarvan, is dus niet verkeerd. De meesten laten het bij een kaartje per veertien dagen of maand of bij bijzondere gebeurtenissen. Hoewel het overduidelijk is dat het goed is om kaartjes te sturen zijn er veel voorbeelden van gevallen waarin dit verboden werd door de rechter.
Als het enigszins kan zou je je hier niets van aan moeten trekken. Een vader uit Noord-Holland liet een keer al zijn vrienden een kaartje sturen nadat zelf sturen door de rechter verboden was. Evenzo goed werd hij aangeslagen voor de totale dwangsom: het aantal kaarten maal ƒ 1000,-! Misschien is het een idee om dat soort rechters elke dag een kaartje te sturen. Overigens zijn er nog meer dingen die interessant zijn om te sturen: een bandje, een foto; wees creatief.
B. Naar je kind toegaan. Ja, waarom niet? Is er een rechtsstaat die goede ouders mag verbieden naar hun kinderen toe te gaan? Dat soort vonnissen wordt geveld, dat wel . Maar in dit geval mag je je eigen moraal zo'n vonnis laten overrulen . En ook dat is gebaseerd op internationaal recht, het recht om je te verweren tegen onmenselijke en vernederende situaties (EVRM artikel 3). Omdat je individueel kwetsbaar bent is het verstandig anderen (als getuige) mee te nemen.
Ga niet in op enige poging van de vader (of moeder) of justitiemedewerkers om over iets anders te beginnen dan dat je je kind wilt zien!!
Natuurlijk is het niet prettig voor het kind als er conflicten zijn aan de deur. Maar dit zijn korte termijn probleempjes die in het niets verdwijnen vergeleken met het onrecht dat het kind wordt aangedaan als het een van de ouders niet mag zien.
C. Je kind bellen. Ook goed. Het is voor de vader (of moeder) wat makkelijker als ‘stalking' uit te leggen en daarom misschien minder handig. Overigens is het tegenwoordig heel makkelijk je telefoon af te schermen voor ongewenst gebel. Vraag een gespecificeerde telefoonnota om in geval van nood te kunnen bewijzen hoe vaak je gebeld hebt.
D. Een internetpage maken over en voor je kind. Zie bijvoorbeeld http://huizen.daxis.nl/zander/rosa.htm. De meeste kinderen leren al vroeg met computers en internet omgaan en het is een algemeen menselijke eigenschap om je eigen naam een keer in een zoekmachine in te tikken. Dan moet de betreffende pagina makkelijk kunnen opduiken.
Wat een verrassing als je moeder (of vader) daar een speciale bladzijde aan je gewijd heeft.
Op internet heeft het Platform SCJF ook een initiatief genomen om ouders en kinderen die elkaar missen bij elkaar te brengen: www.platform-scjf.nl.
E. Proberen je kind te zien bij de uitgang van school of iets dergelijks (vaste wekelijkse clubs, vaste speelplekken). Hoewel sommige rechters het nodig vinden om op grond van dit soort activiteiten stadsverboden op te leggen, zien wij er niets kwaads in. Afhankelijk van de situatie en het kind valt te over-wegen signalen te geven. Signalen die de ouder niet herkent, maar je kind wel. Een bepaald teken, een geluid.
F. Het is van belang zo goed mogelijk bij te houden wat je kind doet en waar hij/zij mee bezig is. Dit zal later zeker helpen de relatie te herstellen. We kennen een verhaal van een meisje dat uit haar ooghoeken haar vader gezien had bij de trappen van het stadhuis toen ze trouwde, en daar blij om was.
Wij vinden het doodnormaal dat u alles doet om contact te houden met uw kind en van het wel en wee van uw kind op de hoogte te blijven.
Ouders die het ouderlijk gezag in hun eentje hebben, denken daar vaak anders over. Er is een beweging op gang gekomen die beweert dat gedrag van ouders om in contact te blijven met hun kinderen stalking zou mogen heten, en daarmee strafbaar zou zijn. Wij ontkennen niet dat er problemen kunnen zijn rond mensen die anderen belagen, ook na scheidingen. In veel gevallen draait het echter om ouders die hun kinderen opzoeken die ze niet mogen zien. Omdat hun verantwoordelijkheid voor hun kinderen in de praktijk, terecht, zwaarder weegt dan de verboden van de staat, zoeken ze hun kinderen op.
Dikwijls zullen ze zich gedwongen voelen om de relatie met de andere, gezag-dragende, ouder (ogenschijnlijk) te verbeteren.
Aangezien de rechtsstaat niet voorziet in het onafhankelijk, zelfstandig, bestaan van ouder-kindrelaties, maar perse wil dat ouders het daarvoor goed met elkaar kunnen vinden, gaan veel mensen het ook in die lijn zoeken.
INCESTBESCHULDIGING
Als een ouder valselijk beschuldigd wordt van incest, moet hij weten wat de methode van de politie is bij zo'n verhoor.
Misschien is hij nietsvermoedend op een onwaarschijnlijk uur van zijn bed gelicht. De politie blijft hem onder druk zetten, hij krijgt honderd keer dezelfde vraag, en dan zegt zo iemand uiteindelijk sarcastisch: ja hoor, dat heb ik gedaan!
Dan maakt hij er een absurde bekentenis van, maar die bekentenis wordt serieus genomen en opgetekend. En dan zegt de strafrechter: “Maar meneer, u hebt toch toegegeven dat …” . Je moet dus niet ‘menselijk' reageren bij de politie.
In feite moet je heel sterk staan terwijl je je in een situatie bevindt waarin je zwak bent.
Kijk tijdens een politieverhoor heel goed uit. Als iets voor de tweede keer gevraagd wordt, niet antwoorden. Kijk maar naar je schoenveters.
In het rapport komt misschien te staan: bij een vraag over dit onderwerp keert verdachte in zichzelf en schijnt het contact met de werkelijkheid te verliezen. Ook niet-antwoorden kan tegen je gebruikt worden.
Weiger tijdens het verhoor op iets anders in te gaan dan op de vraag waar het om gaat: heeft deze vader zijn kind sexueel misbruikt? Laat je niet uitlokken tot het beantwoorden van vragen in de trant van: ging u met uw kinderen onder de douche? Zeg gewoon dat dat er niets toe doet, en houd dat vol.
Bij het stoeien hebt u uw dochter misschien wel aangeraakt aan haar borst of tussen haar benen? Zeg niet iets in de trant van “dat kan wel maar daar was dan in ieder geval niets mee bedoeld”, zeg alleen maar: “Dat doet er helemaal niet toe. Ik word hier verhoord voor een aantijging van sexueel misbruik en dat heb ik niet gedaan.
Punt uit.” Houd dat vol.
Kijk ook uit, als u soms een eigen verklaring met de hand hebt geschreven en die wordt uitgetypt, dat er echt getypt is wat u zelf had opgeschreven. Vergelijk het woord voor woord. Je moet ervan kotsen en komt in de verleiding een handtekening te zetten en te gaan slapen: doe het niet, er kan veel van af hangen, en alles is mogelijk gebleken.
Als het gaat om een verklaring die u moet tekenen die de politie heeft opgesteld: eis desnoods om het andere woord een verandering, zet nooit en nooit een handtekening onder een verklaring waar u het niet voor 100% mee eens bent. Aarzel niet een toevoeging van desnoods hele zinnen te eisen. Komt die er niet, teken dan niet. Die agenten hebben dan een probleem, niet u.
Als er tijdens een omgangszitting beschuldigingen worden geuit - mishandeling, incest -, worden die door de rechter soms niet serieus opgepakt. Wees maar blij en laat het zo. Verwijs ze kort naar het rijk der fabelen, en laat het daarbij. Als u ziet dat die beschuldiging toch niet wordt opgepakt door de rechter, ga je dan niet omstandig vrijpleiten, want dan vestig je alsnog de aandacht van de rechter op die kwestie. Dan gaat hij er misschien toch nog serieus op in. U wordt beschuldigd van mishandeling? Antwoord kort en de zaak is misschien afgedaan. Maar ga niet uitgebreid uit de doeken doen hoe dat was gegaan in de badkamer, en hoe de eerste klap door moeder was uitgedeeld. Dan schilder je een verschrikkelijke situatie en zet je jezelf misschien (onbedoeld, en misschien onterecht) als mishandelaar neer.
Vooral bij incestbeschuldigingen zijn mensen zo vertrapt in hun waarde, dat ze er uitgebreid tegenin gaan en er een volgende zitting weer op terugkomen. Dat is jammer en het heeft een averechts effect. Hoezeer je je ook gegriefd voelt, ga er niet op in. Je zit daar immers niet om lucht te geven aan je emoties, maar om een ander doel te bereiken.
Het is handig om van tevoren met je advocaat een teken af te spreken. Bijvoorbeeld een korte tik op je arm door de advocaat betekent, dat je je mond verder moet houden. Want in een situatie van emotie ben je zelf geneigd op dingen in te gaan. De advocaat draagt niet de last van die beschuldiging en kan daardoor beter inschatten wat de beschuldiging betekent in de context van de zitting.
VERMIJD INSTANTIES, BEHALVE DE RECHTER
Denk niet dat de Raad voor de Kinderbescherming of maatschappelijk werk de omgang kan herstellen. Ze hebben uiteraard geen macht om dat te doen, en het is ook maar de vraag of ze het zouden willen. Je kunt er namelijk niet van op aan dat ze rationeel te werk gaan. Voor hetzelfde geld gaan ze massief de ‘weghoudende' ouder steunen.
NOODSPRONGEN
Soms vragen vaders een zogenaamde omgangs-ondertoezichtstelling.
Art. 254 luidt: ‘Indien een minderjarige zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen, kan de kinderrechter hem onder toezicht stellen van een gezinsvoogdij-instelling … '.
Niet nakomen van omgang kan leiden tot omstandigheden die vallen onder de kriteria voor de ots. Bij een ondertoezichtstelling benoemt de kinderrechter een gezinsvoogdij-instelling, die een contactpersoon aanstelt, de zogenaamde gezinsvoogd. Deze gezinsvoogd heeft het recht de ouder die ouderlijk gezag heeft aanwijzingen i.v.m. verzorging en opvoeding van het kind te geven.
Er zijn rechters die daar niet aan beginnen, er zijn er ook die het wel doen.
De omgangs-ots staat niet in de wet, bestaat dus niet. Eenmaal opgelegd is een omgangs-ots gewoon een ondertoezichtstelling.
Vraagt u aan de rechter een omgangsregeling in de beschikking op te nemen.
De gezinsvoogd heeft dan een basis voor een schriftelijke aanwijzing aan de gezagsouder. (Staat die regeling niet in de beschikking, ga dan in beroep.)
En dan?
Misschien komt er een gezinsvoogd die weet dat een ouder moeten missen veel verdriet geeft en schadelijk is voor een kind, en die er dus alles aan doet om te zorgen dat er wel omgang komt.
Dan is er nog altijd de kans dat de ouder die het ouderlijk gezag heeft en de omgang frustreert, een klacht indient over de gezinsvoogd (een reden is altijd wel te verzinnen) en er daarna een ander komt. Misschien is dat een ‘vaderhater' en heeft de ouder die de band met zijn kind wil beschermen nu twee tegenstanders: de ouder met het gezag en de gezinsvoogd.
Misschien moet u alleen een ‘omgangs-ots' vragen, als u van mening bent dat er alle reden is voor een ‘gewone' ots, en het misschien zelfs beter is als uw kind niet opgroeit bij de ouder met het gezag (dat uw kind bij u geplaatst zou worden, is bijna onmogelijk).
Denk dus heel goed na voor u eraan begint, en doe het alleen als uw kind eigenlijk niets te verliezen heeft, wat de ots ook voor gevolgen zou hebben. Veel gezinsvoogden beschermen de status-quo, steunen dus de gezagsouder die geen omgang wil toestaan.
De rechter kan ook een bijzonder curator voor een kind benoemen, in dit verband een omgangs-curator. We weten dat het in de wet staat, maar we hebben nog niet gehoord van een bijzonder curator die zich met omgang bezighield.
De mediator kan alleen succes bereiken als er twee in principe goedwillende partijen zijn.
Begeleide omgang is een monstrum als het betekent: omgang waar een derde als toezichthouder bij aanwezig is.
Hoe je ook naar je kind verlangt, daar moet je niet aan beginnen als het iets anders is dan een of twee keer na een lange tijd van elkaar niet zien.
Er gaat namelijk een signaal uit naar het kind dat jij als moeder in je eentje niet te vertrouwen bent, dat je een engerd bent.
Soms is begeleide omgang iets anders, namelijk zorg voor halen en brengen, gesprekken met de ‘weghoudende' ouder, en soms ook met het bang gemaakte kind. Daar kunt u dankbaar gebruik van maken. Het is niet onmogelijk dat na een periode van begeleide omgang normaal contact ontstaat en blijft bestaan.
Sommige rechtbanken voorzien in bemiddeling ter zitting. De rechtbanken en bemiddelaars zijn er tevreden over. Hoe tevreden ouders zonder ouderlijk gezag zijn weten we nog niet.
Er is veel willekeur in rechterlijke uitspraken op dit terrein.
Lees ‘Het paternalisme voorbij' in de bundel Ruimte voor mannen van Duindam e.a. (in de lijst Interessante literatuur achterin). Soms doen een ouder en zijn advocaat a lles uitstekend, en leidt het tot niets.
Of niet alleen de ouder en zijn advocaat, maar ook de kinderrechter doet het onberispelijk.
En resultaat in de praktijk? NUL!
En daar laten dan rechters vaak kinderen in de steek.
Als een ouder een toch eerst door de rechter vastgestelde omgangsregeling wil afdwingen, geeft de rechter vaak niet thuis.
Maar geloof in je eigen sterke kanten: publiciteit, mensen organiseren om samen naar de rechtbank te gaan, wat dan ook.
http://www.platform-scjf.nl/
*tekst is iets aangepast voor de verstoten moeders; i.p.v. vader is er op sommoge plaatsen moeder neergezet.
Uit het leven gegrepen: op het verzoek om bemiddeling te doen: 'ik doen niet mee aan bemiddeling want zij luistert niet, met haar valt niet te praten'. Even daarvoor: 'Ik ben hier de baas, niet de Raad voor de Kinderbescherming, Niet dhr. K. van de Raad voor de Kinderbescherming, niet de instanties, niet jij, IK ben hier de baas en ik bepaal alles en als je daar niet mee eens ben begin je maar een rechtszaak'


|