Volwassenen en zeker ouders willen kinderen sparen voor pijn en verdriet. Toch merken kinderen, hoe
jong ze ook zijn, dat hun ouders verdriet hebben. Hen buiten het verlies houden kan onzekerheid en
schuldgevoel veroorzaken: ‘Heb ik misschien iets fout gedaan waardoor mama zo vaak huilt?’
Verdriet hoort bij het leven – net als vreugde. Het is dus goed om ook verdrietige momenten met een kind te delen. Leed besparen kun je niet. Maar door het samen te dragen, maak je het voor iedereen lichter. Dring een gesprek niet op, maar blijf wel over deze gevoelens praten. Stop niet onmiddellijk na één poging. Wat je vandaag niet lukt, lukt misschien morgen.
Een kind houdt van informatie in heldere beelden. Kom je even niet uit je woorden? Teken het dan. Meestal hebben broertjes en zusjes meegeleefd met de zwangerschap en uitgekeken naar het nieuwe kindje. Ze gaven bijvoorbeeld kusjes op de zwangere buik, speelden met een pop vader en moeder of hebben er op school trots over verteld. Het is dan ook goed om hen over de dood van hun broertje of zusje te vertellen en hen bij het afscheid te betrekken.
Laat hen hun broertje of zusje ook zien, vasthouden, mee in het kistje of mandje leggen, de kist beschilderen, begraven of cremeren. Tekeningen maken en in het kistje of mandje leggen,...
Vertel ook in directe en eerlijke taal wat er aan de hand is. Geen dubbelzinnige woorden als 'broertje slaapt' of 'broertje wou gelijk naar oma' of 'de doker heeft broertje meegenomen/het ziekenhuis heeft je broertje meegenomen' Dat schept een nodeloze verwarring en ook angst.
Voorlezen uit kinderboeken over de dood en werken in een herinneringsboek kan hen hierbij helpen.
Kinderen brengen het onderwerp vaak onverwacht en spontaan ter sprake. Dit kan ook de ouders
steunen. ‘De geboorte en de dagen thuis met de baby waren voor het hele gezin (drie andere
kinderen) een mooie belevenis.’
Ook aan zeer kleine kinderen vanaf ongeveer twee jaar kan in simpele woorden worden verteld wat er
is gebeurd. Uit onverwachte opmerkingen en tijdens hun spel merk je dat zij met het dode broertje of
zusje bezig zijn en zo het verlies verwerken. Ga zeker hun vragen niet uit de weg. ‘Mijn zoontje wil geen
broertje meer, want die gaan dood, zegt hij. Hij wil alleen nog maar een zusje.’
Een kind vraagt honderduit. Antwoord zo open mogelijk op zijn vragen en altijd eerlijk. Ken je zelf het antwoord niet? Vraag dan hoe het kind er zelf over denkt. Zo weet je meteen hoe die dingen in zijn fantasiewereld leven. Hierop kun je inspelen. Dan kun je verkeerd begrepen zaken rechtzetten. Geef aan dat het voor zijn vragen op elk ogenblik bij jou terecht kan.
Spreek je met je kind of jongere over verdriet? Gebruik dan zoveel mogelijk zijn woorden en begrippen. Stem je gesprek af op zijn ontwikkelingsniveau en tempo. Houd ook rekening met de draagkracht. Kinderen geven vaak zelf aan wanneer het genoeg is geweest.
Uitdrukkingen als: “zusje of broertje slaapt nu voor altijd.”, of “zusje is op een verre reis.” gebruik je best niet. Troost het kind ook niet met: “God heeft je broertje bij zich genomen omdat hij zo lief was.” Een kind kan deze uitspraken letterlijk begrijpen. Hierdoor raakt het in de war. Het vraagt zich af wanneer het broertje dan wel terugkomt. Of het wordt bang om zelf te gaan slapen. En als God ‘lieve' kinderen bij zich roept, wil het juist héél stout zijn om ook niet geroepen te worden. Denk erover en bespreek met je (grotere) kinderen of zij misschien iets aan hun broertje of zusje mee
willen geven: een knuffeltje, een brief of een tekening in het kistje bijvoorbeeld. Ook bij de begrafenis of
crematie is het belangrijk dat er kinderen of volwassenen speciaal voor de oudere kinderen komen. Er
bestaan speciale uitnodigingskaarten voor de uitvaart die kinderen zelf kunnen uitdelen.
Dus houd het kind niet afzijdig van het afscheid. Stimuleer zijn creativiteit. Laat het iets knutselen of tekenen voor zijn broertje of zusje. Zo krijgt het een uitlaatklep voor zijn gevoelens en emoties. Bovendien voelt het zich meer gewaardeerd en betrokken bij de zijn overleden broertje of zusje.
|