Elk kindje dat levenloos wordt geboren na een zwangerschapsduur van 24 weken moet worden
aangegeven bij de Burgerlijke Stand van de gemeente waar de bevalling plaatsvond. De Wet op de
Lijkbezorging van 1991 bepaalt dat er dan een ‘akte van een levenloos geboren kind’ wordt opgemaakt.
Het ziekenhuis geeft een verklaring af waaruit blijkt dat het kind levenloos geboren is.
De vader of
iemand anders die aanwezig was bij de bevalling kan aangifte doen; ook het ziekenhuis of de
uitvaartverzorger kan dit voor je doen.
Als je baby na de bevalling nog geleefd heeft en daarna is
overleden, wordt bij de aangifte zowel een geboorte- als een overlijdensakte opgemaakt. Het blijkt dat
dit bij de Burgerlijke Stand soms problemen oplevert, omdat ambtenaren niet goed op de hoogte zijn
van deze regel.
Als de vader zich daar emotioneel toe in staat voelt kan hij zelf aangifte doen. Soms geeft dit hem
steun.
Voor kinderen die na 24 weken geboren zijn, geldt een wettelijke begraafplicht. De Burgerlijke Stand
geeft schriftelijk een ‘toestemming tot begraven of verbranding’. Als je je kindje aan de wetenschap
afstaat krijg je een schriftelijke vrijstelling van de burgemeester. Een begrafenis of crematie is dan niet
mogelijk en noodzakelijk.
Naam van de vader
Als je niet getrouwd bent, kan je kindje alleen de naam van de vader krijgen als deze je kindje al tijdens de zwangerschap en voor het overlijden wettelijk erkende. De wetgeving is op deze situatie jammer genoeg niet goed ingesteld. |