Wel of geen sectie laten doen (obductie)
Regelmatig komt het voor dat een baby in de baarmoeder overlijdt zonder dat daar een oorzaak voor aan te wijzen is. Het kan dan heel belangrijk zijn om te proberen de oorzaak te achterhalen middels een obductie. Het idee dat er obductie op je kind wordt gedaan is voor vele ouders zo belastend dat ze de obductie niet laten verrichten. De vraag waarom deze zwangerschap zo triest is geëindigd zal dan nooit beantwoord worden. Dit kan moeilijk zijn bij een beslissing om later weer zwanger te worden.
Als het absoluut niet duidelijk is waaraan jullie kindje is overleden, overdenk dan heel goed of het toch niet verstandig is om de baby te laten onderzoeken.
Bij een obductie (sectie) onderzoekt een arts (patholoog) de doodsoorzaak of de afwijkingen van je
kindje. De gynaecoloog of kinderarts bespreekt dit onderzoek vooraf. Misschien schrik je van de
gedachte dat in je kindje wordt gesneden. Maar net als na een operatie wordt de snede netjes gehecht.
Je kan met de gynaecoloog overleggen of je jouw kindje nog kunt zien na de obductie.
Een onderdeel van de obductie waarvoor vaak apart toestemming wordt gevraagd is de schedelsectie.
Hierbij kijkt men of er afwijkingen in de hersenen aanwezig zijn. Dit onderzoek is in sommige situaties
van belang en wordt afzonderlijk met je besproken.
Een ander onderzoek dat ter sprake kan komen is chromosoomonderzoek. Chromosomen zijn dragers
van erfelijke informatie; ze bevinden zich in de celkernen. Bij een levend kind kunnen chromosomen
bepaald worden uit het vruchtwater. Na een vruchtdood is chromosoomonderzoek uit vruchtwater nogal
eens moeilijk of onmogelijk omdat de cellen en chromosomen zich in het laboratorium onvoldoende
vermenigvuldigen. Dan kunnen chromosomen uit een stukje weefsel worden onderzocht, bijvoorbeeld
uit een stukje van een oorschelp, van een teentje of een stukje weefsel van het bovenbeen. Dit
onderzoek gebeurt alleen als je daar in toestemt en als de gynaecoloog dit zinvol vindt. Je moet er
rekening mee houden dat bij weefselonderzoek na een vruchtdood het niet altijd lukt om chromosomen
te laten groeien.
De bevindingen van het obductie-onderzoek en het eventuele chromosoomonderzoek kunnen je helpen
bij het verwerkingsproces. Soms zijn uitkomsten belangrijk voor de kans op herhaling in een volgende
zwangerschap. Het onderzoek kan ook bijdragen aan de wetenschap.
Het is jouw beslissing of je
toestemming geeft voor obductie en/of chromosoomonderzoek. Als je er bezwaar tegen hebt
respecteert iedereen dat.
Bij doodgeboorte wordt vaak geen duidelijke oorzaak voor de sterfte gevonden. Bloedonderzoek,
obductie en eventueel chromosoomonderzoek geven dan geen afwijkende bevindingen. Dit geeft
gemengde gevoelens: aan de ene kant is er opluchting omdat het kind gezond was; meestal is er dan
geen verhoogd risico op herhaling. Aan de andere kant blijft de pijnlijke werkelijkheid van een ‘zinloze’
dood van je gezond kindje bestaan. |