Ouderverstoting en The Work voor jongeren
Oordeel over je naaste
Schrijf het op
Stel vier vragen
Keer het om
Een situatie:
In deze situatie wonen de kinderen bij hun moeder en stiefvader. Maar het kan ook andersom, dus dat je bij je vader en stiefmoeder woont. Je verandert dan gewoon papa in mama.
In de eerste plaats heb je nooit om de echtscheiding gevraagd en ben je niet de schuldige dat je ouders het niet meer samen kunnen vinden.
Het zijn en blijven voor altijd je ouders voor en het zou heel normaal zijn als je met allebei contact zou hebben en houden.
Maar... in heel veel gevallen gebeurd dat niet. In het begin wel... maar daarna minder en minder. Tot zelfs niet meer.
Eigenlijk wil je heel graag de weekenden naar je vader toe. In de helft van de vakantie naar hem toe. Hem eens bellen of schrijven.
Maar omdat je merkt dat je moeder dat helemaal niet leuk vindt doe je dat niet. Je wilt je moeder toch niet verdrietig maken? Of boos maken. je krijgt dan misshcien ook weer van alles te horen waar je helemaal geen zin in hebt.
Ze heeft je gezegd dat jouw vader jou in de steek gelaten heeft. Ze heeft gezegd dat hij geld gestolen heeft. En dat hij je mishandeld heeft.
Ze heeft ook gezegd dat hij alleen maar om zijn kinderen die hij nu met die andere vrouw heeft gekregen tijd heeft. Dat hij alleen maar van die kinderen houdt.
Ze heeft gezegd dat hij nooit naar je vraagt, belt of schrijft.
En jij? In het begin geloof je dat niet, je probeert je ertegen te verzetten. Maar je moeder word telkens boos of verdrietig. Als je vader belt scheld ze hem uit, ze reageert kwaad naar hem. Jammer dat jij niet hoort wat hij zegt. Je moeder natuurlijk wel en zei vertelt het dan aan jou. Wat jij dan te horen krijgt word je verdrietig om of zelfs heel boos.
Soms zit je op je kamer en denk je aan hem. Als je jullie foto ziet, dan weet je heel diep in je hart dat het heel fijn was met hem! Waarom nu niet meer? Je wordt boos.... neen hij heeft me in de steek gelaten. Hij wil niets met me te maken hebben. Ik wil hem nooit meer zien. Je gooit de foto in de hoek van je kamer. je wilt niets meer te maken hebben met hem. Nooit meer... Je gaat je kamer uit, omkijken wil je niet, toch doe je het, je ogen worden toch weer naar die foto getrokken. 'Papa waarom?' Niet meer aandenken, ik kan hem maar beter haten, dat is makkelijker.
Als hij de volgende keer belt zeg je tegen je moeder die bijna altijd de telefoon op neemt: 'Ik wil hem niet spreken, ik wil met rust gelaten worden'. Je moeder zegt dat tegen je vader. En zegt misschien hoor je haar dan reageren, 'klootzak...moet je nu eens horen hoe overstuur ze nu is dat je belt'... Je krimpt weer in elkaar.
Moeilijk hè? Daar zit je nu. Je wilt rust.... maar krijgt het niet. In je hoofd gaat het door. Waarom stopt je hoofd niet met denken? Waarom ben ik niet gewoon gelukkig, zonder al dat gezeur?
Nee het is niet moeilijk. JIJ kan het doen stoppen en je leven doen veranderen. Het is niet moeilijk, zelfs kleine kinderen doen dit. Dus zeker zo'n grote meid of jongen als jij.
Hoe gaat het in z'n werk?
In plaats van deze oordelen te onderdrukken gaan we ze gebruiken in The Work. Door deze oordelen op papier te zetten, ga je via de spiegel van de mensen om je heen ontdekken wat je zelf nog niet gerealiseerd hebt.
Heel eenvoudig: je kiest een stukje uit je verleden, of uit een situatie die hierboven staan neergeschreven die helemmal niet opgelost lijkt. Iemand waar je boos om bent of een verdrietige situatie, of iemand die je helemaal niet kunt vergeven.
Je vult dan de volgende werkblad in.
Schrijf niet over jezelf. Wees
ongeremd en pietluttig en aardig. Schrijf korte, eenvoudige zinnen, vertrouw dit
proces en geef je denken de kans om zichzelf op papier
uit te drukken. Dit is alleen voor jouw ogen bestemd.
OEFEN-WERKBLAD
1. Aan wie of wat heb je een hekel? Wie of wat irriteert
je, doet je verdriet of stelt je teleur?
Voorbeeld: Ik ben boos op papa omdat hij me in de steek heeft gelaten. Ik wil hem nooit meer zien en spreken.
Ik heb een hekel aan, of ik ben boos op, geïrriteerd,
verdrietig, etc. door _____ _________ omdat
___________________________________________
2. Wat wil je dat er aan hem verandert? Wat wil je dat
hij doen?
Voorbeeld: Ik wil dat papa echt van me houdt en dat hij me niet in de steek heeft gelaten.
Ik wil dat ______________________________________________________________
3. Wat moeten hij volgens jou wel en/of niet doen,
zijn, denken, voelen? Wat zou je hem adviseren?
Voorbeeld: Papa zou me eens moeten bellen of schrijven of me stiekem op komen zoeken.
___________________________________________ zou (niet) ______________________moeten____________________________________________
4. Heb je iets van hem nodig? Wat moet hij doen?
Voorbeeld: Ik heb nodig dat papa weet dat ik van hem houd. Ik heb
nodig dat papa hoort wat ik zeg en dat hij me begrijpt.
Ik heb nodig dat _______________________________________________________
5. Wat vind je van hem? Maak een lijstje.
Voorbeeld: papa is gemeen en oneerlijk
_______________________ is __________________________________________
___________________________________________________________________
___________________________________________________________________
6. Wat wil je niet meer met die persoon, dat ding of in
die situatie ervaren?
Voorbeeld: Ik wil nooit meer dat er verdrietig of boos worden.
Ik wil nooit meer_______________________________________________________
Ik weiger om _________________________________________________________
___________________________________________________________________
Nu onderzoek je elke zin die je op het werkblad hebt ingevuld met vier vragen:
1. Is het waar?
2. Kun je absoluut weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je wanneer je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Een voorbeeld van hoe je dit doet,
Wanneer je jezelf deze vragen stelt, kan het gebeuren dat je denkt het antwoord al te weten (vooral bij de eerste vraag): ‘Natuurlijk is het waar,' of ‘Nee, ik weet dat het niet waar is'.
Het gaat erom dat je verder kijkt dan de snelle antwoorden. Geef je zelf de tijd om te antwoorden.
Stel de vraag, wees stil en wacht op het antwoord van de stem van het hart.
Laat de diepere antwoorden naar boven komen.
Naarmate je meer oefent, ga je je eigen ervaring vertrouwen.
Je zult leren je eigen antwoorden te vertrouwen - en niet die van de wereld - om te zien wat
voor jou waar is.
Voorbeeld: Papa heeft me in de steek gelaten.
Vraag 1: Is het waar?
Is het waar dat papa jou in de steek heeft gelaten? Wat is de realiteit? Wees stil. Wacht op het antwoord. Als je voelt dat dit waar is, stel je vraag 2.
Als je voelt dat dit niet waar is, ga je door met vraag 3.
Vraag 2: Kun je absoluut weten dat het waar is?
Deze vraag is een tweede kans om naar binnen te gaan om te zien wat je echt voor waar aan kunt nemen.
Kun je absoluut weten dat papa jou in de steek heeft gelaten, kun je absoluut weten dat je hem nooit meer wilt zien?
Kun je weten wat voor hem het beste is om op dit moment te begrijpen - de mate van begrip die hij op dit moment voor ogen moet hebben?
Is het aan jou om te bepalen wat iemand, ongeacht wie, moet kunnen begrijpen?
En wat is de realiteit in deze situatie? Heeft hij je in de steek gelaten?
Iedereen kan zeggen dat hij jou in de steek heeft gelaten. Kijk nu goed naar je eigen ervaring om te zien wat voor jou waar is.
'Papa heeft me in de steek gelaten'. Is het waar? In mijn eigen ervaring is - 'nee, papa heeft mij niet in de steek gelaten' - meer waar.
Dat is wat er nu echt gebeurt. Al het andere is alleen maar een fantasie, een verhaal dat
we vertellen.
Geloof niet dat dit waar is, alleen maar omdat ik het zeg.
Als jouw antwoord op de tweede vraag ‘ja', is, goed zo.
Er bestaat geen fout antwoord. Ga gewoon door met het proces van het onderzoek.
Bij de volgende vraag zullen we de gevoelens onderzoeken die uit ons denken
voortvloeien.
Vraag 3: Hoe reageer je wanneer je die gedachte hebt?
Wat gebeurt er wanneer je denkt: ‘Papa heeft mij in de steek gelaten, ik wil hem nooit meer zien' en 'hij had dit niet moeten doen?'
Maak een lijstje.
Hoe behandel je je papal dan? Hoe behandel je jezelf dan?
Wat gebeurt er in je lichaam?
Merk op wat de effecten zijn van het hebben van deze gedachte.
Vraag jezelf af: ‘Geeft het denken van deze gedachte stress of vrede in mijn leven?'
Vraag 4: Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Sluit je ogen.
Stel je jezelf nu voor in de aanwezigheid van de persoon die je wilt veranderen.
Stel je heel even voor dat je naar die persoon kijkt zonder die gedachte.
Wat zie je dan?
Stel je nu voor dat hij ervaart hoe jij hem behandelt wanneer je het verhaal uitspeelt dat hij je in de steek heeft gelaten.
Hoe zou je leven eruit zien zonder die gedachte?
Het doel is niet dat je je reacties verandert of het leven anders gaat zien.
Dit is simpelweg een onderzoek, een kans voor jou om naar binnen te keren en om je
gedachten uit de eerste hand te observeren en het effect ervan te zien.
Wanneer je het onderlinge verband hiervan duidelijk ziet, dan is het resultaat dat je leven
automatisch verandert. Het moet wel, want op het moment dat je begrijpt dat geestelijk lijden veroorzaakt wordt door jouw gedachten over de wereld en niet door de wereld zelf, veranderen problemen in kansen voor zelfrealisatie en wordt het leven een geschenk.
DE OMKERING
Nadat je je zin met de vier vragen hebt onderzocht, ben je klaar om hem om te keren. Omkeringen zijn jouw kans om het tegenovergestelde te ervaren van wat jij gelooft dat waar is.
Bijvoorbeeld: ‘Papa heeft me in de steek gelaten. Ik ben boos op Papa dat hij me in de steek heeft gelaten, ik wil hem nooit meer zien of spreken' draait om naar: ‘Ik heb papa in de steek gelaten, ik ben boos op mezelf omdat ik papa in de steek heb gelaten, ik wil papa wel zien en spreken'.
Is dat net zo waar of nog meer waar?
Kan het zijn dat ik mezelf en waarom ik boos word op Papa heeft me in de steek gelaten?
Als ik papa in de steek heb gelaten, kan ik dan zien waarom papa mij in de steek heeft gelaten?
Een andere omkering zou zijn, ‘Ik heb mijn papa in de steek gelaten, ik ben boos op mezelf dat ik papa in de steek heb gelaten, ik wil papa altijd zien en spreken'
Kan ik dat vinden?
Wees creatief met de omkeringen. Het zijn openbaringen, die jou verborgen stukjes over jezelf laten zien, teruggespiegeld door anderen.
Je kunt meer dan twee of drie omkeringen ontdekken, elk net zo waar of meer waar dan de zin die je had opgeschreven.
Ga naar binnen.
Sta stil bij elke omkering.
Kijk welke voor jou goed voelen.
Neem even de tijd om ze te voelen.
NUMMER 6
Nadat je de zinnen bij nrs. 1-5 op het werkblad hebt onderzocht en omgekeerd, draai je nummer 6 om.
Hier zeg je dan: ‘Ik ben bereid om' en ‘Ik kijk ernaar uit'.
Bijvoorbeeld: ‘Ik wil nooit meer in de steek gelaten worden door papa, ik wil nooit meer boos worden op papa' keert om naar ‘Ik ben er klaar voor om door papa in de steek gelaten te worden, om boos te worden als hij me in de steek laat' ' en ‘Ik kijk ernaar uit om weer door hem in de steek gelaten te worden, om er boos om te worden. Ik ben er klaar voor hem te zien en te spreken.'
Waarom zou je ernaar uitkijken?
Nummer 6 gaat over het volledig omarmen van alle denken en daardoor alle leven, zonder
angst en openstaan voor de realiteit.
Als je dan weer door je papa in de steek gelaten zou worden, zelfs al was het alleen maar in gedachten, goed.
Als het pijn doet, zet dan je gedachten op papier en onderzoek ze.
Ongemakkelijke gevoelens zijn geheugensteuntjes die ons laten zien dat we in een gedachte geloven die misschien niet waar is voor ons.
Ze laten ons weten wanneer het tijd is om The Work te doen.
Totdat je je vijand als een vriend kunt zien, is je Werk niet af.
Dit betekent niet dat je ze te eten moet vragen.
Liefde is een innerlijke ervaring.
Misschien zie je ze wel nooit meer - misschien ga je wel van ze scheiden - maar voel je stress of vrede wanneer je aan ze denkt?
Toen ik enkele weken geleden The Work, dus de vier vragen met de omkering ging toepassen was het even wennen, want al bij de eerste keer dat ik the work deed veranderde er iets in me. Het gaf me een ontzettend goed gevoel, ik voelde me vrij van mijn gedachten.
Je kan ook bij de andere dingen The Work doen. Bijvoorbeeld: 'papa belt mij nooit op' ~ 'papa houdt alleen maar van die andere kinderen' ~ 'papa zal mij wel nooit meer willen zien' ~ ' papa zal nu wel niet meer van me houden als ik naar hem toe belt of naar hem toe ga omdat ik hem al zo lang niet meer heb willen zien' ~... vul zelf maar verder in.
Hmmmm.... stel ze maar weer:
1. Is het waar?
2. Kun je absoluut weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je wanneer je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer je gedachte om!
Mooi hè?!! Je voelt je vrij. Misschien moet je nu huilen, huil dan... Je zal er zeker ook om moeten lachen. Je mag trots zijn op jezelf. Geniet van je leven, het is prachtig!
Veel liefs van Martha
|
|